Tuesday, 20 November 2018

Het voorprogramma

Zaal vier. Dit is waar het gebeurt is. Ik weet het ineens zeker. Terwijl we wachten op het voorprogramma, worden langzaam de lichten gedoofd.
Ik kijk om me heen en in gedachten zie ik ineens hoe het gebeurd is. Vijf jaar geleden toen jij mam, met jouw kleinkinderen, mijn jongste twee, naar de middagvoorstelling ging.
Ik zie hoe alles die dag was. De kinderen in de zaal met grote bakken popcorn en ijsjes. Blije, joelende kinderen, schreeuwende kinderen die toegesproken worden door opvoeders. Stille kinderen die gespannen op de film zitten te wachten.Sommige kinderen zijn zo klein dat ze op een stoelverhoger moeten zitten. Hele kleine exemplaren zitten op een hele stapel stoelverhogers.
Vooraan zit een rijtje kinderen met papieren mutsen. Het kind dat in het midden zit, draagt een muts waar met goudkleurig folie het nummer ZES opgeplakt is. De sfeer is verwachtingsvol.
Wanneer ik naast me kijk zie ik hoe jij met jouw twee kleinkinderen plaats neemt. Precies naast mij. Je draagt een absurd grote, witte wollen jas. Het lijkt alsof je totaal verkleumd bent. 
Ik houd mijn adem in en zie hoe jullie je installeren.Mijn kinderen, wat zien ze er nog jong uit. En mijn moeder.  Mijn moeder die ik erg mis. Vertederd kijk ik naar het kleine groepje.
Was ik er maar bij geweest. dan had ik voor ze kunnen zorgen. Waarom heb ik niet aangevoeld dat er iets niet goed was?
   
Geleidelijk wordt het licht minder fel. Het scherm wordt groter en er klinkt vrolijke muziek.
Sommige kinderen klappen enthousiast in hun handjes.
Het gaat beginnen!
Dan zie ik hoe mijn moeder plotseling naar adem hapt. Haar gezicht krijgt een vreemde kleur. Ze sluit haar ogen en werpt haar hoofd in haar nek. 
Mijn dochter begint om hulp te roepen: Het gaat niet goed met mijn oma!
Even staat alles stil.
Twee mannen schieten te hulp. Binnen een paar seconden wordt mijn moeder op de grond gelegd en begint een van hen met reanimeren.
Kinderen huilen en gillen.  
Intussen wordt het steeds donkerder in de zaal. Het voorprogramma begint. Maar inmiddels is iedereen opgestaan.
Langzaam maar zeker zie ik de beelden vervagen. Vaag zie ik nog hoe mijn moeder op een brancard gelegd wordt. Mijn kinderen staan er verslagen bij.

Wanneer ik weer opkijk ben ik weer in het heden. De film gaat beginnen.
Bohemian Rhapsody, over het leven van Freddy Mercury en de band Queen. Mijn moeder hield niet van popmuziek maar sommige nummers van rockband Queen vond ze mooi.
Wanneer de soundtrack begint pink ik een traantje weg. Omdat de muziek mij onverwacht hard raakt.









Wednesday, 17 October 2018

Diefstal

Het was koud op het schoolplein. Ik had me verstopt in mijn jas, de kraag hoog over mijn ijskoude neus.
Er was niemand om mee te spelen dus hing ik een beetje over het hek en keek omhoog naar het carillon bovenin het gebouw aan de overkant. Het Belfort hotel.
Wanneer het carillon begon te spelen mochten we weer naar binnen, de klas in. Maar dat vooruitzicht sprak mij niet erg aan. Liever bleef ik nog wat op het schoolplein over het hek hangen.
De juffen en meester wandelden druk pratend langs mij. Ik probeerde me onzichtbaar te maken, wat mij ook lukte. Zonder op te kijken liepen ze verder.
Elke dag tijdens het speelkwartier voelde ik me onzeker. Dat maakte dat het op school onveilig aanvoelde. Ik hoorde er niet echt bij.
Af en toe mocht ik meedoen met iets, soms werd ik geplaagd, uitgelachen of uitgedaagd. Meestal werd ik gewoon nergens bij betrokken.
Die eenzaamheid voelde als een schande. ik schaamde me ervoor dat niemand met mij wilde spelen en voelde me een buitenstaander. Daarom probeerde ik me onzichtbaar te maken wanneer de juffen en meester langs liepen. Hoopte ik dat ze in vredesnaam niet met me zouden gaan praten, want dan zou ik me helemaal een buitenbeentje voelen.
Een enkele keer maakten kinderen contact met mij. Zoals vandaag; twee meisjes uit een hogere klas, stapten resoluut op mij af.
De meiden, beste vriendinnen, leken veel op elkaar. Ze droegen dezelfde rode winterjas met dikke das en hadden beiden een lange vlassig blonde paardenstaart met een elastiek met gekleurde balletjes. De meiden waren heel goed in touwtjespringen, klapspelletjes en heel hard gillen en schreeuwen.
Alles, wat ik niet goed kon. Daarom was ik een beetje bang voor ze.
Vastberaden stonden ze ineens voor me en keken me recht in de ogen.
"Heb jij wel eens iets gepikt?"zei de brutaalste.
Ik zag dat ze voortdurend met haar ogen knipperde. Een tic, noemde mijn moeder dat. Ik wilde dat ik ook een tic had.
Omdat ik niet meteen antwoord gaf kwam nu ook het andere meisje recht voor me staan.
"Hey, ben je doof of zo?"
Ik schudde mijn hoofd. Maar ik wist niet of ik de vraag die ze mij gesteld hadden, naar waarheid moest beantwoorden.
Het meisje trok haar handschoen uit en wees naar haar vinger waar een ring omheen zat."Zie je dat, die heb ik gepikt bij de HEMA."
Ik keek geschrokken voor mij uit.
"wat een slome ben jij" zei het andere meisje lachend. Daarop renden ze samen hand in hand weg.
Mijn hart ging tekeer, het bonsde heel hard diep in mijn lijf dat warm was van de dikke winterjas.
Maanden later was ik met mijn vader en moeder en grote zus in het dorp, in de buurt van de boerderij waar we alle weekenden doorbrachten.
Naast de supermarkt was er nog een winkel in het dorp. Hier werden kado- en huishoudelijke artikelen verkocht. Wanneer mijn ouders boodschappen deden hingen mijn zus en ik daar rond.
In de winkel kon je porseleinen beeldjes, kantoorartikelen, bestekcassettes, vazen en mixers vinden. Ook was er een speelgoedafdeling waar mijn zus mij steeds hardhandig vandaan sleurde. Zij nam mij mee naar de glimmende display waar make up stond uitgestald.
Minutenlang stonden we daar te dralen. De winkelmevrouw op enige afstand argwanend toekijkend.

Daar heb ik mijn eerste diefstal gepleegd: Een doosje lichtblauwe oogschaduw.
Ik stopte het zomaar in mijn jaszak en liet mij vervolgens door mijn zus de winkel uit leiden. Ik meen me te herinneren dat zij een doosje rouge in haar hand hield.
Ik was doodsbang en ik schaamde me vreselijk. Tegenover de keurige winkelmevrouw, tegenover mijn  vader en moeder en tegenover de juffen en meester. Ook al wisten die allemaal nergens van.
De oogschaduw heb ik nooit gebruikt. Maar ik heb het doosje heel lang bewaard.
Telkens als ik naar het doosje keek voelde ik een rilling door mijn lijf gaan.
Dan voelde ik mij onoverwinnelijk.



Tuesday, 28 August 2018

Liefdesbrieven

Mijn moeder schreef mijn vader brieven.
Meer dan dertig jaar lang schreef ze hem.
Boze brieven, wanhopige brieven, verdrietige brieven.
In het begin schreef ze hem elke week.
Hij had haar beloofd dat het wel goed zou komen. Dat de verliefdheid die hij voelde voor die andere vrouw van tijdelijke aard was.
Ze stemde in met zijn "tijdelijke "vertrek. Ze hoopte dat hij weer terug zou komen bij haar als ze hem maar genoeg ruimte gaf.
Mijn moeder, die haar hele leven al veel te dik was, begon rigoureus met lijnen.
Ze at elke avond dieetshakes. Banaan, aardbei of vanille. Ze viel dertig kilo af, maar hij kwam niet terug.
Mijn moeder die haar hele leven elke avond 1 sigaret had gerookt, rookte nu een pakje per dag.
Ze begon te drinken en ze sliep bijna niet meer.
Maar mijn vader kwam niet meer terug. Ook al had hij het haar beloofd.
Hij zei dat het haar eigen schuld was. Zij had immers in haar boosheid gezegd dat hij weg kon blijven. Dat hij maar naar die hoer moest gaan.
Op een avond kwam hij langs met een prachtige bos rozen. Voor zover ik wist was het een van de weinige keren dat mijn vader bloemen voor mijn moeder mee had genomen. Ze pakte de bloemen aan en sloeg hem ermee in zijn gezicht tot het bloedde.
Mijn vader stond er timide bij.
Mijn moeder huilde met lange, hysterische uithalen. De vloer was bezaaid met rozenblaadjes.
De hele nacht bleef mijn moeder huilen. Ik durfde niet te gaan slapen.

Jaren gingen voorbij.
Mijn vader kwam nooit terug. Hij hertrouwde.
Mijn moeder mocht het niet weten.
Soms bracht hij lekkere dingen mee uit Frankrijk waar hij met zijn nieuwe vrouw een huis had gekocht. Een deel ervan was voor mijn moeder. Dat moest ik dan aan haar geven.
Zo nu en dan ontmoeten ze elkaar bij mij thuis. Mijn kinderen vonden dat gezellig.
Dan zaten ze naast elkaar en praatten heel druk.

Mijn moeder bleef mijn vader schrijven.
Verwijtende brieven. Verdrietige brieven.
Brieven waarin ze hem vertelde dat ze hem haatte. Brieven waarin ze hem vertelde dat hij de enige man was waar ze ooit van had gehouden. En dat ze dat altijd zou blijven doen.
Mijn moeder schreef mijn vader 38 jaar lang brieven.
Tot grote ergernis van zijn nieuwe echtgenote. "Ik weet niet wat ik er mee aan moet", zei mijn vader soms.


Vorig jaar stierf mijn moeder.
Tot het einde bleef mijn vader haar grote liefde. Haar man. De vader van haar kinderen.
En dat is ze hem altijd duidelijk blijven maken.

.






Saturday, 21 July 2018

Ongeluk

Het asfalt is heet. Het was vandaag uitzonderlijk warm.
De zon flirt nog schalks met een onzekere bleke maan.
Ik moet de weg oversteken om naar huis te gaan.
Midden op het kruispunt heeft zich een drama afgespeeld.
Politieauto's staan aan beide kanten van de weg.
Het lawaai van de traumahelicopter overstemd het geluid van de sirenes.
Er heeft zich een hoop volk verzameld. Ik vraag me af waar die allemaal zo snel vandaan zijn gekomen.
Toen ik een uur geleden naar yoga ging was alles nog zo stil.
Mensen staan geschrokken met hun hand voor hun mond. Anderen schudden hun hoofd, met ogen groot van verbijstering.
De fiets ligt pontificaal op het midden van de rijweg. Hij ligt er verfomfaaid bij,op het hoogste punt, als een geofferd dier.
Een ambulance staat schuin op de weg. Een ambulancebroeder zit ontredderd in de deuropening.
De weg is afgezet. Het doorgaand verkeer is gestopt. Politieauto's houden het verkeer tegen.
Aan een kant van het fietspad staat een groot wit scherm.
Een luguber maagdelijk wit scherm dat iets moet zien te verbergen.
Het is nog erg warm maar een licht briesje brengt  wat verkoeling voor alle omstanders.
Het streelt langs mijn blote huid.

Iets verder, op het hete asfalt ligt een mens.
Een eenzaam lichaam dat afgedekt is met een zilverkleurige warmtedeken.
Een aandoenlijk hoopje.
De zachte wind doet de punten van de deken bewegen. Onder de deken waait een klein plukje haar omhoog.

Dit hele kleine stukje van de wereld is altijd zo vredig.
Wanneer je de weg oversteekt kom je bij het water. Daar liggen bootjes.
Er zwemmen zwanen met jongen.
Er spelen kinderen.  Mensen laten er hun hond uit en aan de waterkant zitten vaak vissers.
Joggers komen voorbij.
Overdag zie je soms een juffrouw met een schoolklas. De kinderen lopen hand in hand. Soms zingen ze. Ze zwieren met hun tas en trekken rare gezichten naar elkaar.

De ambulance rijdt weg.Maar tot laat op de avond blijft het witte scherm staan. Er komt een speciaal team om onderzoek te doen. Het wrak van de fiets wordt verwijderd. Uiteindelijk wordt ook het lichaam weg gehaald.
Glas wordt van het wegdek geveegd en na verloop van tijd wordt de weg weer vrij gegeven.

Het was een ongeluk.












Tuesday, 5 June 2018

Horizon


We waren tot laat op het strand gebleven. De zon begon langzaam achter de horizon te verdwijnen. Roodgloeiend was zij. Ze loste geleidelijk op in het water van de zee, zakte steeds dieper, tot er niets meer van haar over was dan een roze gloed in het water..
Het was een lange warme dag geweest. Een magische dag. Een dag waarvan je halverwege al weet dat hij voor altijd in je gedachten zal blijven. Jij was nog mijn enige kind, je broer en zus zouden er later pas bijkomen. Maar voorlopig had jij al mijn aandacht. Een klein bloot en mollig poppetje met een plakkerige snoet en handjes . Over je blote buikje liep een kleverig spoor van gesmolten ijs en limonade. Er kleefde vuil zand op je huid. 
Het strand werd steeds leger.  Hier en daar waren nog wat laatste badgasten bezig hun spullen op te ruimen. Temidden van deze bedrijvigheid lag een verliefd stelletje innig in elkaars armen. Een parasol werd ingeklapt, een badlaken uitgeklopt. Iemand rende gehaast achter een grote opblaasbal aan die ondeugend over het strand buitelde. 
Het was een zorgeloze zomerse vakantiedag die ten einde kwam. 
Je was te moe om zelf nog het hele stuk lopen dus droeg ik je naar huis. Onderwijl zongen we. 
Ik zong de liedjes die ik vanaf je geboorte al voor je had gezongen: slaapliedjes, wiegeliedjes en grappige liedjes waarbij je in je handjes moest klappen. 
De hele weg hing je tegen me aan, je armpjes om mijn nek. Veilig in mijn armen. We liepen verder en verder weg van het strand.
Dan stopt de herinnering.

Het licht in het heden is fel.
De realiteit is grimmig. Ik mis de tijd dat ik voor je kon zorgen. Vandaag is er chaos en onzekerheid. 
Een maand of drie geleden gaat het bijna fout en vraag je zelf om hulp. 

We halen je op. Je bent er slecht aan toe. Je hebt al een dag of vier niet geslapen en ziet er smoezelig en verwaarloosd uit. Je trilt. Ik ben stil maar inwendig stormt het.Ik ben bang dat je gek wordt. Ik ben bang dat je doodgaat. Ik ben bang dat het te laat is. Mijn hoofd doet zeer en ik ben misselijk. Ik wil weg rennen. Vluchten uit deze hel.

Herinneringen zijn er om te koesteren. Om vast te houden in mijn hart. Om houvast in te zoeken en om weer te kunnen geloven in de toekomst.

Wat was het een magische dag. Een dag om nooit te vergeten. We liepen verder en verder weg van het strand. Terwijl ik voor je zong voelde ik je lijfje steeds zwaarder worden. Je viel  in slaap. De zon was net onder gegaan.
De avond viel. De toekomst lag nog open, achter de horizon.




Wednesday, 16 May 2018

Grietje

Het is warm in het lokaal van de yogastudio. Warm en rustig.
In de ruimte bevinden zich, naast mij en mijn dochter negen andere kandidaten waarvan acht  vrouwen en een man. Hele "gewone"mensen. Althans, dat is de beschrijving van de yogalerares. Ze zei laatst dat het fijn is dat we zo'n "gewone"groep mensen hebben.
Mensen zonder kapsones. Gewone Hollandse mensen met een beetje overgewicht, een baan, een gezin en vermoedelijk een huis met een hypotheek. Zulke mensen. Ik werd daar een beetje onrustig van.
De meesten van hen zitten of liggen comfortabel op hun gekleurde matjes. Enkelen lijken zich reeds voor aanvang van de les al in uiterste staat van ontspanning te bevinden. Ze liggen met ogen gesloten te soezen. En de les moet zelfs nog beginnen.
Sommigen hebben hun vaste plek in de zaal. En ook al wordt er onderling niet veel gesproken, toch zoeken veel van hen elkaars gezelschap op. Sommigen praten nooit met elkaar, maar zitten toch graag naast elkaar.
Omdat ik geen vaste dagen heb zie ik elke keer andere gezichten. Grietje is een oude bekende. Al jaren zie ik haar bij de les en we begroeten elkaar altijd. Ook op andere plekken kom ik haar soms tegen. Grietje werkt in het verzorgingshuis waar mijn moeder de laatste maanden van haar leven doorbracht.. Een jaar geleden zag ik haar daar regelmatig. Dan vroeg ze hoe het met mijn moeder ging.
Op mijn vraag of ze in de gezondheidszorg werkt schudt ze haar hoofd. "Ik werk in de linnenkamer".

Grietje is een grote stevige vrouw met een blozend gezicht. Het kost haar vanwege haar postuur moeite om bepaalde asana's aan te nemen. Maar ze is altijd vastberaden en gemotiveerd. En ze is altijd opgewekt. Opgewekt maar stil. Ik hoor haar nooit horen klagen of zuchten. Gedecideerd volgt ze alle instructies van de yoga lerares. Met rode vlekken van de inspanning en parelend zweet op haar voorhoofd. Grietje geeft nooit op.
Kort nadat mijn moeder overleden is raken we in gesprek.
Grietje vertelt me over haar leven.
Nee, ze heeft geen kinderen. Ze heeft ook geen familie meer.
Toen ze nog thuis woonde stierf haar moeder en kort daarop haar vader. Ze is nog een jonge vrouw als binnen een paar jaar haar twee zusters en broer ook sterven.
Ze is er van overtuigd dat  ook zij niet gespaard zal blijven maar blijft als enige over.

"Ik kon geen rust vinden, niet ontspannen, daarom ben ik met yoga begonnen".
Dat hielp, enigszins.
"Je moeder blijf je altijd missen" zegt Grietje.
"Ik mis ze natuurlijk allemaal; mijn ouders, mijn broer en mijn zusjes. Maar ik heb geleerd om toch weer gelukkig te zijn.
Op mijn vijfenveertigste ontmoette ik mijn man. Ik was toen te oud om nog moeder te worden. Dat was erg jammer".
Grietje legt haar hand op mijn arm en glimlacht.
"Nu heb ik mijn man".

Er zijn niet zoveel mensen die tijdens de les met Grietje praten. Ik geloof ook niet dat ze daar behoefte aan heeft.
Elke keer als ik haar zie glimlachen we even naar elkaar.
Soms vraag ik haar hoe het met haar gaat.
Dan zegt ze "Het gaat goed, en met jou?"
Verder hoeven we niets tegen elkaar te zeggen.

Aan het einde van elke les loopt Grietje altijd even naar mij toe. Dan pakt ze mijn theekopje op en wast het voor mij af.
Zomaar.
Dat is zo'n lief gebaar.





Wednesday, 4 April 2018

Schilderijen.

Lieve mam,

Het is bijna een jaar geleden dat ik je voor het laatst zag.
Dat ik naast je bed stond en "Dag mam" zei.
De tijd is onbarmhartig snel gegaan. Het is Lente geworden, en daarna zomer. Ik heb veel mooie dingen gezien die ik graag met je had willen delen.. Ik was in Rome, net als jij ooit. Ik bezocht de Trevi fontein en het Sint Pietersplein. Telkens dacht ik er aan hoe jij daar had geflaneerd, voor mijn geboorte. Levendig, stralend. Je droeg een zomerjurk en naaldhakken.
Zo zag ik je daar in gedachten voorbij wandelen; lachend, met een ijsje in je hand.
Na de zomer begon de herfst, jouw lievelings seizoen. Elke keer als ik iets moois zag dacht ik aan jou. Dan hoopte ik dat je misschien door mijn ogen mee kon kijken. 
Het werd winter en jouw verjaardag ging voorbij zonder dat jij er was.
Daarna kwam Sinterklaas, Peter's verjaardag (die tot dit moment net zo oud was geweest als jij), mijn eigen verjaardag en daarna kerst en Oud en Nieuw.  Toen het vuurwerk begon, wist ik dat ik je achter moest laten in het oude jaar. Dat voelde zo raar en oneerlijk. Alsof onze wegen zich nu definitief gingen scheiden.
De feestdagen waren incompleet zonder jou. Daarom nam ik je stiekem mee naar alle speciale momenten. Soms wist ik me even geen raad, dan stak ik kaarsjes voor je aan en zette bloemetjes bij je fotolijstje. Ik draaide je favoriete jazz nummers en zong ze luidkeels mee. Dan hingen ineens de schilderijen en foto's scheef en meende ik zo nu en dan iets langs mij te zien bewegen. Was jij dat soms? 
De winter duurde lang. Loes en ik belde elkaar bijna dagelijks. Giel en ik  brachten Zoe naar haar nieuwe stage adres. Ik stoeide met Luca en knuffelde met de katten. Het leven ging door.
Er gebeurde mooie en minder mooie dingen. Er waren verdrietige momenten. Ik ben blij dat die jou bespaard zijn gebleven. 
Net als vorig jaar is de sneeuw gesmolten, zijn de goudvissen in de vijver weer boven gekomen en hebben de eerste voorjaarsbloemen hun kopjes alweer uit de donkere aarde omhoog geboord. Vogels hebben nesten gebouwd. Het heeft geregend, gehageld en een paar keer flink gestormd. We hebben gevochten, gehuild, gelachen, geleefd. Zonder jou.
Dag mam.