Tuesday, 26 January 2016

Perspectief

Ik vind oudere mannen aantrekkelijk. Erg aantrekkelijk.  Dit neemt niet weg dat ik jonge mannen niet ook leuk vind, maar anders leuk. Oudere mannen stralen autoriteit uit en levenservaring. Ze kunnen op een nonchalante manier zelfverzekerd zijn. Jonge mannen doen vaak net iets te veel hun best: ze zijn vaak net iets te stoer, net iets te afgetraind,  net iets te aanwezig of net iets te grappig. Dat is een turn off. Begrijp me niet verkeerd hoor, ik mag graag naar een jong, goed ogend mannen lichaam kijken, maar ik vind een oudere man die in een goede conditie is net iets fascinerender. Ik houd van dat doorleefde, dat pezige. Die spicy, edgy uitstraling die oudere mannen soms hebben. Neem nu een Willem Dafoe, een George Clooney of een Jeremy Irons. Stuk voor stuk sexy oudere mannen. Ik houd van hun vanzelfsprekende, bijna onverschillige flair.
Ik houd van de rust die ze uitstralen. Van de bekwaamheid, de competentie en de ervaring die ze in de loop der jaren hebben opgedaan en die in hun uiterlijk door lijkt te sijpelen. Wijsheid komt niet voor niets met de jaren. en die wijsheid is verdomde sexy.
Enige voorwaarde is wel dat een man niet te dik is. Hij moet dus wel op zijn lijn blijven letten. Ik houd niet van mannen met dikke billen. Maar dan maakt het niet uit of ze jong of oud zijn. Dikke billen zijn niet sexy bij een man. Maar verder hoeft een man niet zoveel moeite te doen. Hij mag grijs worden, rimpels ontwikkelen en een leesbril opzetten wanneer hij iets voorleest. Sexy! Een man hoeft dus niet zoveel onderhoud te plegen. Een man die teveel moeite doet voor zijn uiterlijk is namelijk juist niet sexy. Een man mag bijvoorbeeld best ietwat bezweet en smerig zijn omdat hij zojuist een belangrijk klusje in huis heeft gedaan. Niet verkeerd. En vele malen meer sexy dan een man met teveel gel in zijn haar, teveel after shave, kledingstukken waar de vouwen van het strijken nog in staan of te overdreven gepoetste schoenen.
Mannen hebben het dus eigenlijk makkelijk. 
Maar ik ben een vrouw. Ik ben onderhouds gevoelig.
Als vrouw ben je immers constant bezig met zorg te dragen dat het verval niet al te zwaar inzet of  al te zichtbaar wordt. Want anders heb je afgedaan. Zeker wanneer je ouder wordt. Vrouwen wordt een heel scala aan mogelijkheden geboden om dit beeld in stand te houden en daar maakt de meerderheid grof gebruik van: Haren worden geverfd. Tanden gebleekt, nagels gelakt. Benen geschoren en intiemere lichaamsdelen gewaxt of gelaserd. Wenkbrauwen worden geplukt. Gezichtsmaskers en cremes gesmeerd. En tegenwoordig schrikt een gewiekste vrouw niet terug van fillers, botox en andere cosmetische wondermiddelen. Via groupon weet een slimme vrouw heel voordelig aan permanente make up, wimperextensies, nepnagels, liposuctie, ooglidverstrakking of een chemische peeling te komen. En wil je nog een klein beetje meetellen als vrouwelijke dertig plusser dan zit er weinig anders op dan een borstvergroting te ondergaan.
Verder ben je als vrouw (afhankelijk van je confectie maat) in bezit van corrigerend ondergoed, en weet je dat je door middel van een  sexy paar hoge hakken optisch je benen kunt verlengen en je tred aangenamer kunt maken voor passerende heren, Om maar te zwijgen over strakke kokerrokken, push up beha's en derriere liftende panty's.
Wat een mazzel dat dit tegenwoordig allemaal kan. Wat een rijkdom. Wat zouden we zonder al die hulpmiddelen moeten beginnen? We mogen blij zijn dat we vrouwen zijn. Sexy vrouwen die eeuwig jong blijven.



Tuesday, 29 December 2015

Het jongetje zonder naam

Sander en Richard waren beste vrienden. Daarnaast waren zij ook een tijdje mijn beste vrienden. Wij vormden een merkwaardig drietal.  Sander was een tengere jongen met licht blond haar en een engelachtig gezicht. Hij had een blauw en een bruin oog. Hij woonde met zijn intellectuele ouders op een oude woonark waar ze zelf hout sprokkelden voor de kachel. Het woord hippie bestond in die tijd niet meer dus daarom werd de levensstijl van zijn ouders met de term alternatief aangeduid. Sander speelde gitaar in een new wave band die 123 heette.
Richard was een lange, magere jongen. Hij had een pokdalige huid en immer vet haar. Zijn grote helden waren  Sid Vicious en Johnny Ramone en dat was duidelijk terug te zien in zijn uiterlijk. Voor zover ik wist had Richard geen contact met zijn ouders en woonde hij in een kraakpand.
Ik was vijftien jaar.Na jarenlang gepest te zijn was ik zo onzeker geworden dat ik mezelf bedekte  met een dikke laag make up. Ik creerde als het ware een nieuw gezicht voor mijzelf met grote hoeveelheden creme, poeder, rode lippenstift en kohlpotlood.Qua kleding hield ik er een heel eigen stijl op na; ik pikte de kleding uit de kast van mijn ouders: Oude colbertjasjes en overhemden van mijn vader en stijlvolle mantelpakjes en geplisseerde rokken van mijn moeder die ik knipte en scheurde tot ik ze mooi genoeg vond om te dragen. Erbij droeg ik het liefst tweedehands naaldhakken of afgetrapte Converse sneakers.
 Ik had mezelf getransformeerd tot een vreemde opvallende vogel zonder dat ik me bewust was van hoe ik over kwam. Een vrolijk beschilderde vogel met veel te grote, gescheurde kleren. Sommige klasgenoten noemden mij daarom vogelverschrikker of clown. En, wat ik erger vond; soms vroegen ze aan mij waarom ik me zo lelijk opmaakte en zo raar kleedde. Een vraag waar ik geen antwoord op had.
Maar Sander en Richard  stelden mij nooit vragen.
Omdat ik heel vaak alleen thuis was kon ik doen en laten wat ik wilde.
Ik was als het ware als de hoofdpersoon in mijn favoriete kinder boek: Het jongetje zonder naam.
Het jongetje zonder naam had geen moeder en woonde helemaal alleen in een heel groot huis.
Daar kon hij doen en laten wat hij wilde.
Daarom at hij elke dag slagroomtaart en ging hij pas slapen wanneer hij dat wilde.
Ook knipte hij nooit zijn haren en nagels en ging hij nooit in bad.
Net als het jongetje was ook ik vaak alleen en daarom konden Sander en richard altijd bij mij rondhangen. Richard had geen ouders aan wie hij verantwoording hoefde af te leggen en Sander 's ouders waren alternatief en ruimdenkend.
Het was een aangename situatie voor ons alledrie. we waren gek op elkaar en we waren samen.
Op een ochtend toen we de deur uit gingen zei Sander tegen mij: "Jij bent het allerleukste meisje dat ik ken Renee".
En toen zei Richard; "dat vind ik ook".
Een zomervakantie lang waren we onafscheidelijk. Een keer waren Sander en ik alleen en ontdekten we dat we verliefd op elkaar waren geworden.
Daarop verbrak Richard het contact met ons beiden.
Tot overmaat van ramp moest ik aan het einde van de zomervakantie met mijn ouders mee naar de boerderij in Groningen waar we een paar weken bleven.
Op een zonovergoten ochtend ontving ik een ansichtkaart van Sander. Er stond op: 123, raad eens van wie." Mijn hart stroomde over van geluk.

Toen de zomer ten einde was heb ik de kaart in een grote kartonnen doos gedaan. Waar hij, na al die jaren nog altijd in zit. Samen met heel veel andere kaarten en brieven, knipsels en tekeningen.
Ik heb Sander nooit een kaart terug gestuurd.
Zo loopt het leven soms.









Friday, 11 December 2015

Gewone mensen.

Vandaag staat ze er niet. Dat vind ik jammer. Van de zomer stond ze er zonder uitzondering elke dag: De mevrouw die zoveel van Jezus houdt dat ze een spandoek heeft vervaardigd waarmee ze mensen op roept ook toe te treden tot het ware geloof: "Wacht niet langer, want het einde is nabij"staat er dreigend op het spandoek. Ondanks de onheilspellende boodschap zingt mevrouw er uitgelaten bij. Haar stem klinkt een beetje vals maar de toon is uitgelaten. "Jezus is jouw herder" zingt ze. "Sluit Jezus in je hart, hij houdt van iedereen". Ze kijkt er een beetje wanhopig bij. Triest zelfs. Triest en ernstig maar bovenal vastbesloten. De mevrouw heeft halflang grijs haar en gaat gekleed in een lange regenjas. Aan haar voeten draagt ze herensandalen met dikke wollige sokken. Ze oogt nogal armoedig. En ook nogal eenzaam. Ik vraag me altijd af wat voor leven de vrouw leidt. Of ze een huis heeft waar ze 's avonds naar terugkeert: Een huis met een man die rokend aan de keukentafel op haar wacht. Of een huis met een kat die in de vensterbank zit en die haar voetstappen herkend wanneer ze de hoek om slaat.
Ik vraag me af of ze iemand heeft om echt van te houden. Net zoveel als ze van Jezus houdt. De onuitputtelijke liefde voor Jezus die ze iedereen aan raadt en die ze met iedereen wil delen.
Af en toe staat er bij het station een tweede mevrouw. Het is een hele nette bejaarde Surinaamse dame. Ze heeft altijd krulspelden in waar ze een haarnetje over heen draagt. De vrouwen zingen gezamenlijk met lange hoge uithalen en ferme nadruk op de JEEEEE van Je-zus. Grote hoeveelheden toeristen lopen besmuikt lachend of ongeinteresseerd voorbij. De Surinaamse dame kijkt ze altijd een beetje boos na. Ze schudt haar hoofd en kijkt continu op haar horloge. Alsof het einde der tijden nu elk moment kan aanbreken.
Elke zomerse ochtend dat ik Amsterdam inloop vormen de twee een welkomstcomite  Het is een vast ritueel. Op hun eigen unieke wijze zeggen ze: Welkom in Amsterdam!
Iets verder in de stad lijkt de Zeedijk nog te moeten ontwaken. De Zeedijk is een lellebel die iedere nacht als laatste het licht dooft. 'S ochtends komt zij pas moeizaam weer op gang.  De meeste winkels, cafe's en restaurants zijn nog niet geopend. De deur van een kroeg staat op een kier  en de geur van verschaald bier en sigarettenrook penetreert de onbedorven ochtendlucht.
Stoepjes worden schoon geveegd, ramen worden gelapt en voorraden worden aangevuld. Leveranciers vloeken terwijl ze gefrustreerd door het smalle straatje manoeuvreren. Al gauw ontstaat er een opstopping omdat er een auto gewoon midden op de weg stil blijft staan. Een taxichauffeur opent zuchtend het raampje van zijn grote donkerblauwe Audi. Hij is niet anders gewend. Een busje probeert zich brutaal via de stoep langs de verkeerschaos te wurmen maar komt uiteindelijk tot stilstand bij een lantaarnpaal.
Fietsers, sommigen met kinderen voor op, proberen zich met woedende blik, tringelend met hun fietsbel een weg te banen.  De eerste toeristen van vandaag zijn al op pad: een vader en moeder met jonge kinderen aan de hand die enigszins verdwaasd om zich heen kijken. Ondanks hun dikke winterjassen en mutsen huiveren ze van de kou.
De mevrouw van nummer 96 is vandaag erg vroeg voor haar doen. Meestal zie ik haar pas na een uur 's middags haar huis verlaten. Ze is de grande dame van de buurt. Elke dag gaat ze gekleed in een andere uitdossing. Het ensemble van vandaag is geheel opgebouwd uit roze tinten. Fuchsia voor de naaldhakken, babyroze voor het kloeke mantelpakje en suikerspinnenroze voor de bontmantel. Uiteraard zijn de kleuren van haar make up en haar handtas volledig afgestemd op deze uitmonstering.
De man van de kunsthandel wandelt even naar mij toe om mij een "goedemorgen"te wensen wanneer zij ons passeert.
"Weet je" fluistert hij me geheimzinnig toe terwijl hij heimelijk naar haar gebaart . "Het schijnt dat haar woning een grote smerige uitdragerij is. Niet te hachelen! De woningbouw wil haar er al jaren uitzetten, maar ze weten niet hoe. Gek he? Zou je toch niet zeggen als je ziet hoe ze ze erbij loopt".
Ik kijk op mijn horloge en excuseer me.
De drukte neemt nu snel toe. Het is tijd om aan de slag te gaan. De dag is begonnen.








Tuesday, 24 November 2015

Strooigoed

Voor mij als kind was het niet leuk om op 12 december jarig te zijn. Sinterklaas zat namelijk in de weg.
Mijn oma presteerde het eens om met lege handen aan te komen op mijn verjaardag, tegen mij te zeggen: "Je hebt al teveel cadeautjes gehad op pakjesavond"en mij daarna zwijgend aan te kijken.
Mijn zus had het beter voor elkaar aangezien die op 17 juli geboren was. Hoewel aan die datum ook wel wat nadelen kleefde omdat wij als gezin rond die tijd vaak op vakantie waren en een kinderfeestje er daardoor soms bij inschoot.
Ik kan me zelfs een keer tijdens een vakantie in Frankrijk herinneren dat mijn ouders zich in de datum vergist hadden en mijn zus jarig bleek te zijn.
Toch waren mijn ouders geen onverschillige mensen. In tegendeel, ze waren bijzonder betrokken en zorgzaam. Feest- en verjaardagen werden altijd uitbundig gevierd. 
Vooral mijn moeder haalde met Sinterklaas alles uit de kast met surprises en zelf geschreven gedichten.
Om de dag mochten wij onze schoen zetten. Wat overigens de volgende ochtend niet betekende dat er altijd iets in was gestopt.
Elke nacht bij het slapen gaan hoopte ik vurig op een pop als in "Oh kom er eens kijken".Maar altijd bleef het bij een suikerbeest of een chocoladeletter. "Iets groters past er niet in je schoen", legde mijn moeder uit.
Mijn zus Loes en ik vergeleken dan de ontvangen chocoladeletters. Ik kon er ook niets aan doen dat mijn naam met de letter R begon en dus groter was.
In mijn herinnering was Sinterklaas een geheimzinnige periode. In de koude en donkere decembermaand kon er van alles gebeuren. Zo werd er eens onverwacht zo hard op het raam gebonst dat het spontaan openzwaaide. De ijskoude wind blies tientallen sneeuwvlokken naar binnen die smeltend op het tapijt neerdaalden. 
Ik rende geschrokken naar mijn oudere zusje die mij troostend in haar armen sloot.
Maar mijn moeder had alles gezien en vertelde dat zij nog net de fluwelen handschoen van zwarte Piet in het raamkozijn had kunnen waarnemen . Dat was de dader. 
Toen wij, op aandringen van mijn moeder met de kinderen van de overkant Sinterklaasliedjes aan het zingen waren hagelde er, uit het niets, een flinke hoeveelheid strooigoed uit de schoorsteenmantel naar beneden.
Deze wonderlijke gebeurtenis vormde voor mij het waterdichte bewijs dat Hij echt was, De Sint, de Goedheiligman, Hij bestond!! Hoe had er anders strooigoed naar beneden kunnen dalen?
Op school vertelde ik het opgetogen aan de rot jongetjes uit de derde klas. Ha! Had ik die even mooi te pakken! Deze jongetjes brachten andere kinderen namelijk aan het huilen door middel van propaganda over een Sint die niet werkelijk zou bestaan. Over de man van de speeltuinvereniging die zich als Sint zou verkleden. Over vaders en moeders die heimelijk cadeautjes kochten.  Leugens. Allemaal leugens.
Ik kan me nog  herinneren dat ik eens op vijf december van school naar huis liep.
In mijn rugzak zat de stomme puzzel die ik van de cadeautjestafel had kunnen pakken. Ik, en nog een stuk of vijf minder slagvaardige kinderen hadden genoegen moeten nemen met wat er over bleef. De mooiste cadeaus waren allemaal al van de tafel gegrist door degenen die sneller waren.
Maar 's avonds was het bij ons thuis pakjesavond.
Er was een vuilniszak met cadeautjes. Er was banketletter die mijn moeder op de kachel opwarmde en er was warme chocolademelk.
We kregen klei, boeken en spelletjes.
Wanneer wij dan de volgende ochtend weer vroeg naar school liepen keken we bij het vuilnis altijd jaloers naar de enorm grote lege dozen van het dure speelgoed wat de buur kinderen hadden gekregen.
Ach. Sinterklaas. Achteraf was het een tijd vol slapeloze nachten. Vol stress,  angst en teleurstelling.
Maar de gebeurtenis met het strooigoed is me altijd bij gebleven als een van de mooiste uit mijn kinderjaren.






Thursday, 12 November 2015

Moeder

Wanneer de deuren van de trein zich openen drommen de mensen naar buiten. Het is een geheel. Een  kleurrijke kluwen. Als ik zorgvuldiger kijk zie ik gehaaste mensen,de blik op oneindig. Sommigen houden ongeinteresseerd hun telefoon in hun hand. Anderen sjouwen jachtig koffers of rugzakken met zich mee, . Te midden van deze ongedurige drukte valt zij me op. Een oude, breekbare dame met wit haar.  Ze heeft duidelijk moeite zich staande te houden in het gedrang. Ze lijkt haast te wankelen temidden van de stroom van mensen die doelbewust op weg lijkt te zijn. Ergens heen.
Sterke jonge gezonde mensen. Mensen die ergens verwacht worden. Mensen die het druk hebben. Onverschillige mensen.
Met enige moeite weet ze met behulp van haar kruk ongeschonden de treden van de trein af te klimmen en heelhuids op het perron te belanden. Niemand lijkt haar te zien. Haar ene heup lijkt scheef onder haar romp te zitten. Ik moet denken aan de etalagepoppen op mijn werk waar je de benen onder kunt schroeven. Wanneer ze stilstaat op het perron staat voel ik haar verwarring. Ze lijkt te twijfelen. Iedereen is inmiddels een bepaalde richting uit gegaan. Zij staat daar maar. Ze zucht diep en kijkt om zich heen alsof ze zich in een museum bevindt.
Als ik haar benader en vraag of het goed met haar gaat knikt ze me vriendelijk toe. "Even bijkomen".
Ik laat haar weer alleen.
Terwijl ik weg loop voel ik me droevig.  Een gevoel van melancholie drukt op mijn borst en beneemt me even de adem.
Dit zou mijn moeder kunnen zijn. Mijn gedachten gaan naar vroeger toen mijn moeder nog geen kwetsbare oude vrouw  was die nauwelijks meer kan lopen. Toen mijn moeder nog de rots in de branding was. De honkvaste figuur die er immer was.
Als ik een klein meisje ben is mijn moeder een warme, zachte veilige figuur. Ik houd van de geur van haar huid  wanneer ik mijn snoet tegen haar aan duw. Het zonlicht dat zch lijkt te absorberen in haar huid. Haar handen die pijn weg nemen en tranen afvegen. Haar stem die zingt en zorgen doet verdwijnen.
Mijn moeder is liefde.
Ik volg haar overal door het huis. Wanneer ik op de kleuterschool ben mis ik haar.
Mijn moeder maakt het eten, ze laat de honden uit, Ze maakt grapjes. Met spuug poetst ze mijn geschaafde knieen schoon. en ze blijft bij mij tot de heksen en spoken mijn slaapkamertje verlaten hebben.
Mijn moeder is onmisbaar.
Mijn moeder heeft zwart haar en blauwe ogen. Ze heeft een gouden medaillon in de vorm van een hart waar fotootjes van mij en mijn zusje in zitten. Als er een feestje is stift ze haar lippen rood met een Max Factor lippenstift die in een koperen huls zit. Ik kijk verliefd toe als ze haar verpleegsters uniform aan doet.
Mijn moeder is mooi en mysterieus.
Wanneer ik zelf moeder wordt bel ik haar dag en nacht. Zij is de enige die ik mijn huilbaby toe vertrouw. Als ik volstrekt radeloos ben neemt zij de baby van me over en stopt mij in bed. Mijn moeder is mijn steun en toeverlaat.
Als ik naar mijn moeder kijk zie ik een oude dame. Ik zie hoe slecht ze loopt en hoe benauwd ze het heeft als ze een klein stukje heeft gewandeld. Ik zie dat ze soms moeite heeft bij te blijven met de wereld die alsmaar sneller gaat, en onverschilliger wordt.
Maar in mijn hart wil ik haar zien zoals ze altijd voor mij was. Ik zie de liefdevolle, onmisbare, mooie en mysterieuze vrouw. De steun en toeverlaat.
In mijn hart zie ik haar zoals ze werkelijk is en zoals ze altijd voor mij zal blijven.



Tuesday, 20 October 2015

Droomboerderij

In mijn dromen breng ik wel eens heimelijke bezoekjes aan plekken die ik mis. Een daarvan is de oude boerderij waar ik als kind de vakanties doorbracht. Tijdens mijn droom sluip ik stilletjes de deur uit en loop ik heel stil over de donkere weg. Ik ben helemaal alleen. Ik doe dit stiekem, Niemand hoeft dit te weten, niemand kan mij vergezellen. Door deze bezoekjes tijdens mijn dromen uit te voeren, zal niemand er achter komen en niemand zal mij missen.
Het is diep in de nacht. Ik slaap al een paar uur. Dan, heel plotseling laat ik me behoedzaam uit mijn warme bed glijden en trek een warme jas aan over mijn nachtjapon. Ik doe geen schoenen aan, want ik wil het zand van de oprijlaan tussen mijn tenen voelen.
Zodra ik mijzelf naar de donkere weg heb gedroomd herken ik meteen alles. Alle details van de omgeving.
Het is griezelig hoe weinig er is veranderd. Elke boom, elke omgevallen stam. Elk gewas en elke bloem, die slechts voor de nacht haar blaadjes dicht heeft gevouwen. Elke bocht in de weg, elke oneffenheid in het pad.
Hoe lang ben ik hier niet geweest? Twintig jaar? Misschien was het zelfs langer geleden dat ik hier wegging? Dat ik de muur van het huis een laatste maal aanraakte. Dat ik gedag moest zeggen. Afscheid moest nemen van de stille droeve stenen van het oude huis. Het leek niet eerlijk om zomaar weg te gaan. Om verder te gaan zonder ooit nog terug te keren. Om weg te gaan en mijn jeugd achter te laten.
Afscheid. Definitief afscheid.
In mijn droom sta ik weer op diezelfde plek. Ik zie mezelf die laatste keer over het erf lopen en schoorvoetend achterin stappen. Wanneer de auto zich in beweging zet draai ik me om en blijf ik omkijken. Ik zie hoe het huis geleidelijk kleiner en kleiner wordt. Hoe de afstand tussen mij en het huis steeds groter wordt. Ik kan niet stoppen met kijken. Mijn moeder rijdt. Ze praat tegen mij. Maar ik zeg niets terug.Ik kijk door de achterruit. Heel erg lang. Mijn nek doet er zeer van. Smachtend zie ik hoe het bekende landschap aan me verdwijnt. Tot, plots het huis en de bekende omgeving definitief verdwenen is.
Ik slik en veeg een traan uit mijn ooghoek.
Ik zal het huis nooit meer terugzien.
Tot vannacht in mijn droom.Vannacht ga ik terug.
Ik ben onderweg en kijk naar mijn blote voeten.Ze zijn vies en zanderig. Het is een frisse herfstnacht maar ik voel geen kou. Wel ruik ik de bekende geur van mest en ingekuild gras. Ik ruik paddenstoelen en natte blaadjes. Paarden en schapen. Ik ruik de geur van ooit. De geur die ik als kind verafschuwde.
Ik stap nu zelfverzekerd door. Ik hoef nergens bang voor te zijn. Het is maar een droom. Ik kan rustig een kijkje nemen want het is niet echt.
Ik besluit even stil te staan en alles goed in me op te nemen. Hier speelt tijd geen rol. Ondanks dat het nacht is, is de lucht niet zwart. Het schemert. Het is een vriendelijke schemering waar nachtelijke vogels in rondzweven. Gelukkig kan ik alles goed zien. Alle bomen staan nog overeind. Ze zijn heel hoog en indrukwekkend. Hun talloze blaadjes ruisen. Ze fluisteren als duizenden kleine stemmetjes te midden van de stilte.
Er staan paarden in de wei. Hun donkere warme silhouetten lopen zwaar en vriendelijk op mij af. Het zijn een merrie en haar grote veulen: de paarden van mijn zus. Ik hoor hoe de merrie haar manen schudt en mij begroet met een ingetogen hinnik.Zou ze mij herkennen? Ze beweegt haar hoofd op en neer.Heel kort raak ik het zachte fluweel van haar neus met mijn vingertoppen. Het is een troostend gevoel. Dan loop ik door.
Er is een kleine dam over de sloot. Het hek zit dicht maar als ik naderbij kom opent het zich vanzelf.
Dat hek heeft mijn vader ooit gemaakt. Het hangt een beetje scheef.
In het schemerdonker ziet het huis er wat mistroostig uit. De kleuren zijn geabsorbeerd door de nacht. Alles is spikkelig grijs.
Ik sta nu op het erf. Ik haal diep adem. Ik snuif alles op. In een grote teug.
Dan ga ik het huis binnen.De lucht is hier kil en het ruikt muf. Het is ook erg donker en ik stoot me tegen een grote zware stoel.
Op de puntjes van mijn tenen dribbel ik door de verschillende kamers. Geluidloos en gehaast.
Heel kort neem ik overal een kijkje. Het is donker en onbeweeglijk en ongelooflijk stil.
Is er niemand?
Een melancholische vloedgolf slaat over mij heen. Doet mijn adem stokken en mijn hart zwaar worden.
Mijn vingers tintelen en mijn ogen vullen zich met tranen.
De stilte maakt mij verdrietig.
Maar wacht. In de oude woonkamer zie ik iets bewegen.
Even vang ik een glimp op van een moment, heel lang geleden. Ik zie een klein groepje mensen heel dicht bij elkaar zitten.Lachende mensen. Ben ik dat meisje met dat lange haar? Een kachel brandt,buiten loeit een storm. Binnen brandt licht.
Dan, heel plotseling word ik wakker en is mijn bezoek voorbij.
Als de dag begint komen geleidelijk de kleuren terug. Ik sta op en open de gordijnen.
Zonlicht valt naar binnen. Het voelt warm en prettig.
Dan loop ik de trap af naar de badkamer.
Ik laat het warme water over mijn lichaam spoelen en tot slot was ik het zand van mijn voeten.
Het mysterieuze zand van mijn geheime bezoek.



Tuesday, 13 October 2015

Klootzak


Ook al haat ik je niet. Ook al beteken je niets meer voor mij. Ook al weet ik niet eens meer hoe je er uitziet. Toch wil ik je nog eens graag hardop zeggen dat ik je een klootzak vind.
Niet omdat ik boos op je ben. Niet omdat ik me gekwetst voel. Niet omdat ik het kwijt moet. Maar gewoon; omdat je nu eenmaal een klootzak bent. En aangezien ik je beter ken dan wie ook. Kan je het maar het beste van mij horen.
Uiteindelijk ben ik degene die bijna acht jaar een relatie met je heeft gehad. Toen ben ik bij je weg gegaan. Ook al vond ik dat verschrikkelijk moeilijk.
Want in die tijd had ik een klein kindje. Ons kindje. Een meisje met lichtblonde krullen en blauwe ogen. Een meisje met blozende wangen en mollige handjes. Een kind wat al vroeg kon praten: "mama" zei ze glimlachend. En :"papa".
Heb je dat nooit gemist? Toen je eenmaal niets meer van je liet horen? Heb je daar nooit aan terug gedacht? Aan dat pientere kleine meisje? Aan de woordjes die ze zei? De liedjes die ze zong?  Aan haar glimlach? Haar blonde haartjes?

En sinds ze volwassen is. Heb je je tegenwoordig ooit nog afgevraagd hoe het met haar gaat? Of ze zich überhaupt een beetje kan redden in de maatschappij? Of ze gelukkig is? Wat ze doet?  Hoe ze er uit ziet? Of ze rond kan komen? Of ze het wel gered heeft? Of ze nog leeft?

Heb je eigenlijk ooit beseft hoe erg het mis is gegaan?

Ik heb het je vaak genoeg duidelijk proberen te maken. Ik heb je gevraagd ons te helpen. Je gesmeekt iets voor haar te doen. Keer op keer.

Onze dochter was zo begaafd. Zo getalenteerd. En toch ging het zo ontzettend mis. Moet ik het allemaal nog eens voor je opsommen? Hoe ze van school werd gestuurd? Uit huis werd geplaatst? Hoe ze worstelde met drugs, een levensgevaarlijke "vrienden"groep en hoe ze op het einde helemaal niets meer had? Geen geld, geen dak meer boven haar hoofd. Nauwelijks meer kleren aan haar lijf?
Hoe ze alles kwijt raakte?
Hoe zelfdestructief ze werd?
Hoe angstig?
Hoe intens verdrietig ze werd?
Hoe ze zichzelf beschadigde?
Hoe ze worstelde met een heel scala aan psychologische problemen?
Hoe grimmig haar leven er uit ging zien?
Hoe uitzichtloos?
Hoe ze zichzelf opsloot en zich verschanste voor de rest van de wereld?

Je hebt het allemaal geweten. Maar je koos ervoor om niets voor haar te doen. Zelfs haar alimentatie heb je niet meer betaald. "Ze zoekt het maar uit". waren jouw woorden.
Ze wil je nu echt nooit meer zien. Ze is bang voor je. Ze weet niet meer precies wat er vroeger allemaal gebeurt is. Niemand weet het precies. Misschien weet jij het?
Ik geloof niet dat ze je haat. Net zomin als ik dat doe. Volgens mij vind ze je ook gewoon een klootzak.
Niets meer en niets minder.
Gewoon een waardeloze klootzak.