Wednesday, 22 June 2016

Ali's salon

De zaak is niet erg groot. Er passen net twee kappersstoelen, een kleine toonbank en een sofa in. Het zijn een beetje ouderwetse, logge stoelen. Vermoedelijk afkomstig uit een failliete salon, of wellicht mee genomen uit de zaak die vroeger door Ali's vader werd gerund in Izmir. Het hele eind. Achterin een oud Volkswagen busje. Tesamen met de oude sofa, een kapotte kinderwagen en nog wat andere bruikbare spullen.

Ali's vader is intussen hoogbejaard. Hij had zelf willen blijven knippen, maar zijn vingers zijn krom van de reuma. Ali heeft tegen hem gezegd dat hij nu van zijn rust moet genieten, thuis, met zijn vrouw. Maar de oude man is meestal in de kapperszaak te vinden waar hij geïnteresseerd meekijkt hoe de klanten geknipt worden. Ali's vader heeft een grote snor en aan zijn voeten draagt hij lederen slippers. Hij schudt zijn hoofd en kijkt boos. "Niet ziek!" zegt hij tegen zijn zoon. "Is Holland weer hier! Slechte Holland weer. Daarom pijn!"
Van een van de stoelen is het kunstleder een beetje gescheurd. Iemand heeft er daarom een stuk tape overheen geplakt. De tape is een beetje los gegaan en krult omhoog. Het is altijd gezellig in Ali's salon. De radio staat aan en er klinkt Nederlandstalige muziek. Ali neuriet mee. Ali heeft het altijd druk.

De deur staat er immer open. Weer of geen weer. "Welkom"staat er de mat. Bij Ali hoef je geen afspraak te maken. Je loopt gewoon naar binnen en je neemt plaats. Je hoeft niets te zeggen.
Naast mijn zoon, die wacht om geknipt te worden, bevinden zich in de salon een aantal stervelingen die de indruk maken van willekeurige figuranten in een filmscenario.
Hoewel men elkaar lijkt te kennen spreekt men niet of nauwelijks met elkaar.
Er is een Nederlandse vrouw die geïrriteerd om zich heen kijkt. Zo nu en dan staat ze even op om op de stoep een sigaretje te roken.
Er is een verstandelijk gehandicapte man die in de hoek zit. Hij houdt zijn hoofd schuin en er loopt een beetje speeksel langs zijn kin. Steeds wanneer er een nieuwe klant binnenkomt lacht hij enthousiast en wijst hij naar Ali.
Er zit een jongeman de krant te lezen. Het zou een neef van Ali kunnen zijn. De jongeman ziet er zeer verzorgd uit.Hij draagt een kreukvrij en smetteloos wit shirt waar "Limited edition" op geschreven staat. Het shirt spant zich strak om zijn gespierde armen. Als uit het niets staat de man op en neemt plaats in de lege kappersstoel. Hij drapeert zelf de kapmantel om zijn schouders en begint zijn kapsel te fatsoeneren.
Niemand reageert.
Wanneer plotseling de telefoon gaat, ontstaat er even een lichte paniek. De Nederlandse vrouw neemt tenslotte op. "Met Ali's salon. Ja Ali is er". Dan hangt ze op.
Heel even, uit het niets begint Ali op luide toon in zijn moedertaal te praten. Alle aanwezigen mengen zich nu in het gesprek, behalve de Nederlandse vrouw. Al snel praat iedereen door elkaar heen.Het klinkt alsof ze ruzie hebben.
Plotseling is het dan weer stil.
Mijn zoon is nu aan de beurt. Ali geeft hem een hand. "Hallo vriend" zegt hij.
Als zijn haar vakkundig geknipt is neemt Ali zijn beginnende snorretje onderhanden met een ouderwets scheermes: "You look like Mexican" lacht hij.
Voor de finishing touch loopt Ali als een ware kunstenaar om mijn zoon heen. Niets wordt aan het toeval over gelaten.  Flessen reukwater, potten gel en verschillende kammen worden gehanteerd.Elk haartje wordt op de juiste plek gepositioneerd.
Het resultaat is voortreffelijk.
"Alstublieft"zegt Ali, terwijl hij de kapmantel van zijn schouders losmaakt en met een groots gebaar om hem heen zwaait.
"Tot ziens vriend" zegt Ali.
"Tot ziens" zegt mijn zoon.









Thursday, 16 June 2016

Ina

Ik speel Wordfeud met Ina. Dat is Scrabble, maar dan niet het bordspel, maar de elektronische versie voor op de smart phone.. Via die app op mijn telefoon heb ik Ina ooit opgespoord. Zomaar, bij toeval, door op random opponent te drukken. En sindsdien is ze niet meer weg te denken.Ze hoort er helemaal bij. Ina is mijn Wordfeud vriendin.
Ook al ken ik Ina niet , toch besteed ik veel tijd aan haar. Meestal wanneer ik me verveel of niets beters te doen heb. Tijdens een trein rit bijvoorbeeld, of in de wachtkamer van de huisarts of tandarts. Wanneer het rustig is op mijn werk, gedurende een saai televisieprogramma, of thuis als ik even ga zitten met een kopje thee.
Ik kan altijd wel even een paar minuutjes tijd voor haar vinden.
En ik kan altijd van Ina op aan. Wanneer ik een woord neerleg speelt ze altijd binnen een half uur terug. Ongeacht het tijdstip. Of het nu 8.00 u 's ochtends is of 1.00 uur 's nachts.
Toen ik de eerste keer een potje van haar won, begon Ina tegen mij te praten. Dat kan namelijk via de Wordfeud chat.
"Gefeliciteerd"zei Ina.
"Dankjewel"zei ik.
En dat zei Ina iedere keer. Soms stuurde ze een lachend gezichtje, of een omhoog gestoken duimpje.
Daarop volgden er wat korte gesprekjes. Ina vertelde over haar man, die een hernia had gehad. Ze vertelde over haar werk en maakte af en toe een flauw grapje. Niets bijzonders.
Allemaal gewoon, doorsnee en op het saaie af. Net als Ina's profiel foto. Een glimlachende vrouw met een geföhnd  kapsel en een bril met een aluminium montuur.
Vriendelijk, doch kleurloos en enigszins nietszeggend.
In mijn leven komen niet veel Ina's voor. Meestal houden ze wat afstand. Vroeger kwam ik ze wel tegen,:op school, op mijn werk en later, op het schoolplein toen ik nog jonge kinderen had.
Een tijdje dacht ik dat de hele wereld uit mensen zoals Ina bestond. Gewone, mensen. Mensen die allemaal op elkaar lijken. Mensen die zich hetzelfde kleden, dezelfde gesprekken hebben en dezelfde tv programma's zien.
 Mensen waar ik geen aansluiting bij kon vinden. Mensen die bovendien ook niets met mij te maken wilden  hebben. Ik ging er toen nog van uit dat er iets mis was met mij en voelde me een vreemde. Ik besloot daarom afstand te houden van de Ina's.
Maar Wordfeud Ina is een uitzondering. Ze lijkt me oprecht aardig te vinden. En ik vind het ook wel gezellig.
Maar soms vraag ik me af: Zou Ina me nog wel leuk vinden als ze me in het "echt"zou zien? Zou ze niet terug schrikken van de manier waarop ik van haar verschil? Zou ze me niet raar vinden?
Zou ze me nog wel een omhoog gestoken duimpje sturen?
Ik besluit er maar niet meer over na te denken. Er is inmiddels alweer een paar uur over heen gegaan. Ina zit vast op me te wachten.
Het wordt tijd dat ik verder speel.





Monday, 11 April 2016

Oponthoud

Vandaag heb ik weer energie. Na vier dagen geveld te zijn door de griep, heb ik zin om de serene rust van mijn huis te verruilen voor een dag drukte op mijn werk. De televisie staat aan tijdens het aankleden en koffie drinken. Omroep Max. Een oudere dame vertelt.
 " Mijn broer was 23 toen hij verdween. Hij was een gevoelige jongen en een beetje een buitenbeentje." Op een zwart wit foto is een sombere jongen met lang haar en een ziekenfonds brilletje te zien.  "Hij heeft mijn ouders een  briefkaart gestuurd zegt ze. Een briefkaart en dat was het." Ze houdt de kaart in haar hand. Hij is met vulpen beschreven: "Ik ga weg en zal niet meer deelnemen aan de maatschappij. Ik laat geen adres achter".
Dat was in 1974, zegt de dame. Misschien keert hij ooit nog terug. Ik heb het nog niet opgegeven.
In gedachten zie ik de broer, die inmiddels een oude man is, voor mij. Hij heeft een lange witte baard en draagt een geborduurde tuniek. Op de achtergrond is een tempel te zien.
De broer ziet er gelukkig uit.
Ik doe de televisie uit en ga naar buiten.
Het is nog niet echt zonnig maar toch is het daglicht hoopgevend en ruikt het buiten heerlijk fris. Temidden van een groepje kale bomen, staat een eenzame frivool bloesemende acacia als een bizar uitgedoste excentriekeling. Het is het begin van de lente. De aarde is nog zwart en grauw. Hier en daar verschijnt als uit het niets een groepje crocusjes of een paar sprieterige klokjes. Knoppen springen open en kleine glimmende blaadjes krullen zich verleidelijk omhoog.
Ik heb een gestippelde jurk aan met korte mouwen. Met een vestje er over heen zodat het niet te koud is.
Op mijn fiets rijd ik naar het station. Ik voel me energiek. Ik leef en de lente achtige wereld om mij heen benadrukt dat. In het water zwemt een moedereend met drie piepkleine pulletjes. De moedereend zwemt koortsachtig heen en weer tussen haar pulletjes die non stop een sonar achtig piepgeluid produceren.
Een mevrouw haalt net haar fiets uit het propvolle rek en maakt een joviaal gebaar naar de lege plek.
Ik glimlach en parkeer mijn fiets.
De trein arriveert en ik stap naar binnen.De trein schokt even alsof hij een oprisping heeft en rijdt weg.
Ik ga zelden in de treincoupé's zitten. Bij de in- en uitgangen zijn ook zitplaatsen en daar hoef ik niet naast of tegenover iemand te zitten. Maar ik kijk wel altijd nieuwsgierig naar de andere reizigers. Ik probeer op een onopvallende manier naar ze te loeren en te raden waar ze heen gaan en waarom. Wie ze zijn en wat voor plannen ze die dag hebben.
De mooie vrouw die triest voor zich uit kijkt. Het stel toeristen. De student. De jonge meisjes met nagenoeg dezelfde outfits en dezelfde schaterlach. De ietwat nerveuze oudere dame. De kalende man met het ontevreden gezicht.
Ze zijn allemaal onderweg. Wat gaat er in ze om? Zouden ze speciale plannen voor vandaag hebben? Wat voor dromen zouden ze koesteren?  Of is hun leven een routine zijn dat zich elke dag hetzelfde afspeelt?
Kort nadat de trein zich in beweging heeft gezet stopt zij weer. Twee conducteurs lopen zenuwachtig heen en weer. Een van heeft een portofoon in zijn hand waar hij door praat. Aan de andere kant is een vrouwenstem te horen. "Ik ben heel erg geschrokken"zegt ze huilend. Er klinken sirenes.
De conducteurs overleggen even kort met elkaar. Dan loopt een van de twee weg om een bericht om te roepen.
"Er is een ongeval gebeurt op station Sloterdijk"galmt de stem van de conducteur nu door de trein.
"Een aanrijding met een persoon. We weten niet hoe lang dit oponthoud gaat duren".
De jongen voor mij kijkt op zijn horloge en slaakt een zucht. Een vrouw vloekt binnensmonds.
Een oudere man kijkt mij doordringend aan.
"Wat een pech."zegt hij. "De dag begon zo mooi".
Hij begon zo mooi.







Friday, 18 March 2016

Kwijt

Mijn Barbiepoppen, de schatten van mijn jeugd. Ik ben ze allemaal kwijt. Alle 16. Verdwenen zijn ze. Net als de knuffels die ik als kind had.
Mijn moeder heeft van al het speelgoed welgeteld een beer en een looppop bewaard.
Beiden zien er nogal gehavend uit: De beer mist op verschillende plekken vacht en zijn ene oor hangt los langs zijn kop. In zijn andere oor heeft ooit een piep dingetje gezeten, maar dat is gesneuveld. Die beer kijkt erg zielig.
Over de pop weet mijn moeder telkens opnieuw met veel enthousiasme dezelfde anekdote te vertellen.Ook al proberen we haar ervan te weerhouden, ze vertelt het verhaal elke keer weer met dezelfde passie. Ze gaat er eens goed voor zitten en begint te praten: "Het is jaren geleden dat ik met Loesje van vier jaar achterop de fiets de straat uit fietste. Ik had haar grote pop voorop de fiets aan het stuur gehangen, helemaal aangekleed met babykleertjes en een mutsje op. Maar de buurvrouw dacht dus dat het een echte baby was en ze vond het een schande ! Ik kan me haar gezicht nog zo voor de geest halen toen ze mij er op aan sprak". 
Mijn moeder, die nu de tachtig gepasseerd is, moet nog altijd hartelijk lachen om die herinnering.
Als kind vroeg ik me altijd af waarom de pop "loop pop" werd genoemd. Ik heb heel lang gelooft dat de pop echt kon lopen. Maar hoe dan?
Van mijn kinder speelgoed is niets gespaard gebleven. Onlangs zijn ook de pop en de beer op mysterieuze wijze verdwenen.
Ik heb slechts een pop over gehouden. Een kleine roodharige pop die ik als kind nooit echt leuk vond omdat ze zo'n vreemde grijns op haar gezicht had.
In de loop van mijn leven zijn er enorm veel dingen verdwenen. Ze raakten zoek en ik kon ze ondanks veelvuldig zoeken niet meer terug vinden. Of ik leende ze uit en vergat vervolgens aan wie.
Onlangs realiseerde ik me dat wij ooit een klein houten speelgoed karretje hadden wat ik waarschijnlijk aan vrienden heb uitgeleend toen onze kinderen er te groot voor werden.
Het was een heel sterk en gedenkwaardig karretje. Onverslijtbaar en bovendien al antiek op het moment dat het bij ons terecht kwam.
Generaties andere kinderen, inmiddels hoog bejaard, hadden met het karretje gespeeld.
Bij ons thuis reed mijn dochtertje luid schaterend haar broertje er mee rond. Vanaf dat hij een jaar oud was werd hij met een grote grijns op zijn gezicht in het karretje rond gereden. vaak zaten er ook een paar knuffels en poppen aan boord.
Ik heb er talloos veel foto's van. Ik mis dat karretje. Wil degene die hem geleend heeft en dit nu leest hem alsjeblieft terug brengen? Ik zal niet boos worden.
Verder was er ooit een ring met een briljantje wat ik op de leuning van een stoel had gelegd waar het vervolgens van af is gevallen. Het hele huis hebben we toen door zocht. Het tapijt werd opgetild, stoelen en banken verschoven. Alle gaten en kieren werden met behulp van zak lantaarns onderzocht. De ring bleek echter voor altijd opgelost in het niets en werd nimmer meer terug gevonden.
Ook was er een poezie album. Het album stond vol schrijfsels van mensen die mij dierbaar waren. Het waren niet alleen kindergedichten, maar ook korte stukjes van vrienden die ik in mijn latere leven ontmoet had. Iemand nam het album mee naar huis en dan kreeg ik het beschreven weer terug.
Tot ik het op een dag ineens miste. Kennelijk is er dus iemand die het album nog steeds in zijn of haar kast heeft liggen. Mijn poezie album..
En dan zijn er de mensen. Vrienden, geliefden. Familieleden. Dierbaren. In de loop der jaren zijn er veel zoekgeraakt. Sommigen mis ik nog steeds. Maar als iemand weg moet, echt oprecht zijn weg moet vinden zonder jou, dan kun je niet anders dan diegene laten gaan. Ook dat is liefde.
Een paar jaar geleden raakte ik mijn dochter kwijt.
Ik weet niet waarom. Ik weet niet hoe het precies gebeurde. Maar op een dag was ze verdwenen. Soms wist ik wel waar ze was, maar toch kon ik niet bij haar komen.
Elke dag miste ik haar. Het was gruwelijk, het was een meedogenloos gemis. De heimwee deed mijn hart kapseizen. Ik zocht tot ik uitgeput was van het zoeken. Ik liet haar los.
Maar toch gaf ik nooit op.
Maar onlangs was ze ineens terecht. Ze was er weer. Ik kon het bijna niet geloven.
Mijn kind is terug.Ze is weer bij ons terug.
Zomaar terug.
De zoektocht is over.


Friday, 19 February 2016

Troost

Boterhammen met pindakaas zijn troostrijk. Nuchtere,grof gesneden volkoren boterhammen. Maar ook tedere witte boterhammen met een subtiel knapperig korstje bieden soelaas. Voorwaarde is wel dat de pindakaas er goed dik op gesmeerd is. Zuinigheid werkt averechts. Pindakaas met stukjes noot werkt beter dan gewone pindakaas. Met daar onder uiteraard een laagje  roomboter. Een dik koud laagje.
Het openen van het pakje roomboter is al troost rijk an sich. Niet zo'n stom kuipje dus. Maar een pakje met een wikkel. Een zilveren wikkel. Of zo'n ouderwets vetvrij papiertje.
Op een muffe sombere maandagmorgen kan ik daar veel troost uit putten. Ik word een beetje blij van hoe het papiertje om het blokje roomboter gevouwen is.
Hoe de puntjes van het gevouwen papier enigszins in de boter zijn gezonken.
Hoe de afdruk nog zichtbaar is in het witte, maagdelijke stukje zuivel.
Het schuchtere blokje boter, wachtend op het mes, biedt net zo'n aangename aanblik als een wit vel papier dat geduldig wacht op de eerste pennestreek. Gedwee, afwachtend... als een bruid op de eerste huwelijksnacht.
Zo zijn er meer, ogenschijnlijk kleine dingen die een verandering in mijn gemoedstoestand teweeg kunnen brengen.
Dingen die me opvrolijken.Of die me een zucht van opluchting doen slaken.
Wanneer ik 's ochtends met tegenzin naar mijn werk ga, komen ze al voorbij: de beelden die onverwachts mijn stemming verzachten. Ik zie ze door het raam van de trein: Onstuimig spelende honden met flapperende oren. Kloeke vrouwen die voortvarend ramen lappen. Meeuwen die tegen het licht in vliegen. Tussen het gras opkomende crocussen of andere dappere voorjaarsbloeiers, Modderige stukken wei met groepjes schapen. En ook de oude begraafplaats waar ik altijd langs rijd. Helemaal achterin is een plek waar de oude grafzerken tegen elkaar aangelegd zijn. Hele oude grafstenen van graven die al lang niet meer bestaan. Waar niemand meer vanaf weet. De aanblik van die oude stenen ontroert me altijd mateloos.
Het is een kort moment want dan rijdt de trein Amsterdam binnen. In het IJ liggen enorme schepen. Onverschrokkken, sterk en reislustig. Klaar om op avontuur te gaan, om vreemde landen aan te doen en onderweg walvissen en dolfijnen te begroeten.
Tegen de tijd dat de trein tot stilstand komt is mijn humeur ongemerkt al een heel stuk beter.
Ik denk aan vroeger. Aan mijn moeder en hoe ontroostbaar ik kon zijn als kind.
De nachten dat ze op de rand van mijn bed kwam zitten omdat ik niet kon slapen en eigenlijk niet precies wist waarom.
Dan ging ze zwijgend naar de keuken en kwam terug met twee gekookte eitjes in een dopje. Die aten we samen op. We maakten een praatje en dan stopte ze mij heel vast in en gaf me een zoen.

De volgende dag was dan wonderbaarlijk genoeg alles weer goed. Precies zoals ze de avond ervoor beloofd had.






Tuesday, 26 January 2016

Perspectief

Ik vind oudere mannen aantrekkelijk. Erg aantrekkelijk.  Dit neemt niet weg dat ik jonge mannen niet ook leuk vind, maar anders leuk. Oudere mannen stralen autoriteit uit en levenservaring. Ze kunnen op een nonchalante manier zelfverzekerd zijn. Jonge mannen doen vaak net iets te veel hun best: ze zijn vaak net iets te stoer, net iets te afgetraind,  net iets te aanwezig of net iets te grappig. Dat is een turn off. Begrijp me niet verkeerd hoor, ik mag graag naar een jong, goed ogend mannen lichaam kijken, maar ik vind een oudere man die in een goede conditie is net iets fascinerender. Ik houd van dat doorleefde, dat pezige. Die spicy, edgy uitstraling die oudere mannen soms hebben. Neem nu een Willem Dafoe, een George Clooney of een Jeremy Irons. Stuk voor stuk sexy oudere mannen. Ik houd van hun vanzelfsprekende, bijna onverschillige flair.
Ik houd van de rust die ze uitstralen. Van de bekwaamheid, de competentie en de ervaring die ze in de loop der jaren hebben opgedaan en die in hun uiterlijk door lijkt te sijpelen. Wijsheid komt niet voor niets met de jaren. en die wijsheid is verdomde sexy.
Enige voorwaarde is wel dat een man niet te dik is. Hij moet dus wel op zijn lijn blijven letten. Ik houd niet van mannen met dikke billen. Maar dan maakt het niet uit of ze jong of oud zijn. Dikke billen zijn niet sexy bij een man. Maar verder hoeft een man niet zoveel moeite te doen. Hij mag grijs worden, rimpels ontwikkelen en een leesbril opzetten wanneer hij iets voorleest. Sexy! Een man hoeft dus niet zoveel onderhoud te plegen. Een man die teveel moeite doet voor zijn uiterlijk is namelijk juist niet sexy. Een man mag bijvoorbeeld best ietwat bezweet en smerig zijn omdat hij zojuist een belangrijk klusje in huis heeft gedaan. Niet verkeerd. En vele malen meer sexy dan een man met teveel gel in zijn haar, teveel after shave, kledingstukken waar de vouwen van het strijken nog in staan of te overdreven gepoetste schoenen.
Mannen hebben het dus eigenlijk makkelijk. 
Maar ik ben een vrouw. Ik ben onderhouds gevoelig.
Als vrouw ben je immers constant bezig met zorg te dragen dat het verval niet al te zwaar inzet of  al te zichtbaar wordt. Want anders heb je afgedaan. Zeker wanneer je ouder wordt. Vrouwen wordt een heel scala aan mogelijkheden geboden om dit beeld in stand te houden en daar maakt de meerderheid grof gebruik van: Haren worden geverfd. Tanden gebleekt, nagels gelakt. Benen geschoren en intiemere lichaamsdelen gewaxt of gelaserd. Wenkbrauwen worden geplukt. Gezichtsmaskers en cremes gesmeerd. En tegenwoordig schrikt een gewiekste vrouw niet terug van fillers, botox en andere cosmetische wondermiddelen. Via groupon weet een slimme vrouw heel voordelig aan permanente make up, wimperextensies, nepnagels, liposuctie, ooglidverstrakking of een chemische peeling te komen. En wil je nog een klein beetje meetellen als vrouwelijke dertig plusser dan zit er weinig anders op dan een borstvergroting te ondergaan.
Verder ben je als vrouw (afhankelijk van je confectie maat) in bezit van corrigerend ondergoed, en weet je dat je door middel van een  sexy paar hoge hakken optisch je benen kunt verlengen en je tred aangenamer kunt maken voor passerende heren, Om maar te zwijgen over strakke kokerrokken, push up beha's en derriere liftende panty's.
Wat een mazzel dat dit tegenwoordig allemaal kan. Wat een rijkdom. Wat zouden we zonder al die hulpmiddelen moeten beginnen? We mogen blij zijn dat we vrouwen zijn. Sexy vrouwen die eeuwig jong blijven.



Tuesday, 29 December 2015

Het jongetje zonder naam

Sander en Richard waren beste vrienden. Daarnaast waren zij ook een tijdje mijn beste vrienden. Wij vormden een merkwaardig drietal.  Sander was een tengere jongen met licht blond haar en een engelachtig gezicht. Hij had een blauw en een bruin oog. Hij woonde met zijn intellectuele ouders op een oude woonark waar ze zelf hout sprokkelden voor de kachel. Het woord hippie bestond in die tijd niet meer dus daarom werd de levensstijl van zijn ouders met de term alternatief aangeduid. Sander speelde gitaar in een new wave band die 123 heette.
Richard was een lange, magere jongen. Hij had een pokdalige huid en immer vet haar. Zijn grote helden waren  Sid Vicious en Johnny Ramone en dat was duidelijk terug te zien in zijn uiterlijk. Voor zover ik wist had Richard geen contact met zijn ouders en woonde hij in een kraakpand.
Ik was vijftien jaar.Na jarenlang gepest te zijn was ik zo onzeker geworden dat ik mezelf bedekte  met een dikke laag make up. Ik creerde als het ware een nieuw gezicht voor mijzelf met grote hoeveelheden creme, poeder, rode lippenstift en kohlpotlood.Qua kleding hield ik er een heel eigen stijl op na; ik pikte de kleding uit de kast van mijn ouders: Oude colbertjasjes en overhemden van mijn vader en stijlvolle mantelpakjes en geplisseerde rokken van mijn moeder die ik knipte en scheurde tot ik ze mooi genoeg vond om te dragen. Erbij droeg ik het liefst tweedehands naaldhakken of afgetrapte Converse sneakers.
 Ik had mezelf getransformeerd tot een vreemde opvallende vogel zonder dat ik me bewust was van hoe ik over kwam. Een vrolijk beschilderde vogel met veel te grote, gescheurde kleren. Sommige klasgenoten noemden mij daarom vogelverschrikker of clown. En, wat ik erger vond; soms vroegen ze aan mij waarom ik me zo lelijk opmaakte en zo raar kleedde. Een vraag waar ik geen antwoord op had.
Maar Sander en Richard  stelden mij nooit vragen.
Omdat ik heel vaak alleen thuis was kon ik doen en laten wat ik wilde.
Ik was als het ware als de hoofdpersoon in mijn favoriete kinder boek: Het jongetje zonder naam.
Het jongetje zonder naam had geen moeder en woonde helemaal alleen in een heel groot huis.
Daar kon hij doen en laten wat hij wilde.
Daarom at hij elke dag slagroomtaart en ging hij pas slapen wanneer hij dat wilde.
Ook knipte hij nooit zijn haren en nagels en ging hij nooit in bad.
Net als het jongetje was ook ik vaak alleen en daarom konden Sander en richard altijd bij mij rondhangen. Richard had geen ouders aan wie hij verantwoording hoefde af te leggen en Sander 's ouders waren alternatief en ruimdenkend.
Het was een aangename situatie voor ons alledrie. we waren gek op elkaar en we waren samen.
Op een ochtend toen we de deur uit gingen zei Sander tegen mij: "Jij bent het allerleukste meisje dat ik ken Renee".
En toen zei Richard; "dat vind ik ook".
Een zomervakantie lang waren we onafscheidelijk. Een keer waren Sander en ik alleen en ontdekten we dat we verliefd op elkaar waren geworden.
Daarop verbrak Richard het contact met ons beiden.
Tot overmaat van ramp moest ik aan het einde van de zomervakantie met mijn ouders mee naar de boerderij in Groningen waar we een paar weken bleven.
Op een zonovergoten ochtend ontving ik een ansichtkaart van Sander. Er stond op: 123, raad eens van wie." Mijn hart stroomde over van geluk.

Toen de zomer ten einde was heb ik de kaart in een grote kartonnen doos gedaan. Waar hij, na al die jaren nog altijd in zit. Samen met heel veel andere kaarten en brieven, knipsels en tekeningen.
Ik heb Sander nooit een kaart terug gestuurd.
Zo loopt het leven soms.