Monday, 16 March 2020

Vogels in Mexico

Ik mis de vogels van Mexico.
Ik mis hun baldadige,luidruchtige blijdschap.
De vogels in Mexico zingen niet zomaar, ze fluiten, miauwen, toeteren en piepen. Hun gezang is soms komisch, soms melodramatisch, soms melodieus en altijd uitbundig en onbescheiden..
De vogels lijken immer uitgelaten en vrolijk. In Mexico word ik elke ochtend vroeg wakker. Soms voor zonsopgang. De vogels zijn dan al lang op. Boven in de palmboom, de cipres, de Jacaranda en al het overige gebladerte wordt gefladderd, geritseld en gerommeld.

In Mexico maken de vogels kabaal en zingen en kwinkeleren ze de godganse dag. 's Middags, wanneer de temperatuur hoog oploopt en het asfalt bijna smelt lijken ze even een korte siësta te houden, maar wanneer het donker wordt komen ze weer bij elkaar en gaan tekeer als krankzinnigen.
Hun uitzinnige gefluit en gezang loopt parallel met het gedrag van de Mexicaanse bevolking. Ook die zijn 's ochtends al vroeg in touw, lijken 's middags even een korte adempauze te nemen en komen vervolgens in de avonduren weer volop tot leven. De verkopers rollen hun matjes met koopwaar uit. De karretjes met streetfood rijden claxonnerend op-en neer,en in de parken en op de pleinen wordt gedanst op traditionele muziek. Op de bankjes zitten mensen te praten en te roken. Moeders geven hun baby de borst, schaars geklede peuters buitelen over elkaar heen met een bal.
En overal zijn honden. Ze liggen uitgeteld in het stof, of wandelen loom en staartenzwaaiend over de weg. Auto's houden voor ze stil of rijden quasi ongeïnteresseerd, doch geduldig, om ze heen.
Misschien heeft het met de zon en de warmte te maken, maar In Mexico leeft men anders dan in Nederland.
Men leeft hevig, vurig en geestdriftig. Men is in staat de zorgen om de tuin te leiden.  De schaterlach van de vrouwen klinkt hier als het geschetter van een zwerm vogeltjes. Bijna kinderlijk klinkt hun lach. Hoog en zangerig, opgewekt en speels. De mannen, die veelal in groepjes bij elkaar staan glimlachen breed. Zorgen? Die zitten ons niet in de weg. Lijken ze te verkondigen.
In Mexico zijn de straten zanderig. De hutten zijn van stro. De provisorische huisjes hebben golfplaten daken. Op de erfjes ligt rotzooi: lege jerrycans, kapotte kinderfietsjes, reclameborden. Alles lijkt onaf. Alles is zoals het is.

Hier in Nederland is de ochtend koud en lichtgrijs.
Het is stil in de tuin waar ik op uitkijk en heel voorzichtig hoor ik in de verte een merel zingen. Aarzelend, broos en ietwat terughoudend. De poes van de buren likt peinzend haar vacht.
Buiten op straat zie ik mensen langslopen, weggedoken in hun jas. Weemoedig volhardend in de koude wind. Huiverig en enigszins apathisch. Individueel. Het is stil buiten maar wat wil je met dit weer.

Was ik maar even terug in de gepassioneerde drukte van Mexico.
Daar, waar de vogels dwaas en onbezorgd zijn en ik mezelf kon vergeten.






Friday, 17 January 2020

Jack


De winkeldeur zwaait open en een vriendelijk glimlachende figuur treedt binnen. Een goedemiddag! klinkt het opgetogen. De dames die bij de kassa staan draaien zich om en werpen zwijgend een korzelige blik op de figuur die hen zojuist zo enthousiast begroette.
De dames, die vriendinnen van elkaar zijn, kruipen iets dichter naar elkaar toe wanneer hij ze behoedzaam passeert. Een van hen lacht gesmoord.
De ander werpt haar valse paardenstaart in de lucht en trekt de hengsels van haar Vuitton tas dicht tegen zich aan. Met haar lange acryl nagels weet zij omslachtig een lederen portefeuille tevoorschijn te vissen en terwijl ze schichtig om zich heen kijkt haalt ze er een pakje bankbiljetten uit waarmee ze betaalt.
Pas wanneer ze de deur achter zich sluiten komt komt hij naar me toe. "Nogmaals goedemiddag", zegt hij vriendelijk. Hallo Jack, zeg ik. Wat leuk om jou te zien.
Ik meen het oprecht. Jack's aanwezigheid bezorgt mij altijd een goed humeur.
Jack heeft een volle baard met grijze strepen en lang haar waarop hij immer een leren cowboyhoed a la Peter Koelewijn draagt.
Zoals hij nu gekleed is heb ik hem altijd gezien; met een leren broek, een dikke wollen trui en een leren gilet en/of jas en vingerloze handschoenen. (Niet de luxe leren soort die tegenwoordig te koop is bij dure warenhuizen, maar de gebreide variant die de aardappelenboer vroeger droeg).
Voorts heeft Jack vaak een vers gedraaid sigaretje achter het oor en draagt hij op zijn schouder een gebogen stok waar zijn tas aan bungelt.
Jack draagt een bril waarvan de glazen donker gekleurd zijn. Dat is, omdat hij een lichtallergie heeft.
Jack ziet er uitgesproken uit, maar is een van de meest bescheiden mensen die ik ken.
Een bescheiden mens met een bijzonder zacht karakter en een vanzelfsprekende houding die uitstraalt dat hij niets aan niemand verschuldigd is.
Hij is content met wie hij is en wie daar anders over denkt mag dat zelf weten.
Jack woont niet in Amsterdam, maar komt wel graag in de stad waar hij zo nu en dan rustig een dagje voor uit trekt.
Meestal komt hij dan ook even bij mij langs in de shop.
We drinken dan samen koffie en praten over van alles en nog wat.
Jack heeft naast zijn ruimhartige karakter ook een ruime geest.
Wanneer hij langs komt heeft hij vaak een paar centjes opzij gelegd om iets leuks van te kopen:
Een jarretelgordel, of een paar mooie hoog gehakte laarzen. Of een hals korset.
De laatste keer dat hij langs kwam lag er een leren korset voor hem klaar dat hij besteld had.
Hij wilde het nog even passen voor alle zekerheid. Hij had speciaal kousen en laarzen met hoge hakken meegenomen.
Ik heb hem geholpen om alles aan te doen.
Het korset mocht ik strak aantrekken en het stond hem bijzonder goed. Jack heeft lange, slanke benen en een smalle taille.
Toen hij alles aanhad voelde hij zich zo fijn dat hij een tijdje in de winkel is gebleven. Ik ben verder gegaan met werken op de laptop, terwijl Jack een beetje stond te dansen en te glimmen.
"Heerlijk" voelde hij zich. Het was mij een genoegen om hem zo gelukkig te zien in zijn outfit.
Vooral, omdat ik weet dat Jack thuis niet altijd die vrijheid heeft. Hij woont namelijk in een klein dorp, bij zijn ouders op de zolder.
Aan het einde van de middag heb ik Jack gevraagd om een paar foto's van hem te maken in de etalage. Dat vond hij goed.
Daar stond hij dan. Met zijn volle baard en zijn cowboyhoed, zijn strakke korset en zijn hoge hakken.
En zijn ontroerende glimlach.
Mooi te zijn.

Friday, 1 November 2019

Levensmoe

"Ik kan goed alleen zijn en ik verveel me nooit", Oma Nel schenkt onze theekopjes nogmaals vol. Ze hoeft niet zo nodig elke dag visite. Maar als we er zijn vind ze het toch wel erg gezellig en worden we verwend. Het dressoir word geopend en er komt een grote doos Martinez bonbons tevoorschijn.  "Willen jullie nog wat lekkers?" De schoteltjes met zelf gebakken appeltaart zijn nog niet eens leeg. Onze kinderen knikken enthousiast "ja" en proppen ongegeneerd hun mondjes vol. Oma Nel wuift mijn bezwaar weg: "Ach, laat ze maar lekker genieten voor een keertje". Dan houd ik glimlachend mijn mond.
Wanneer ze nog in haar bejaardenflat in de Amsterdamse Bestevaerstraat woont, weet ze zich prima te redden. Ze leest Het Parool, kijkt voetbal en tennis op de televisie, lost de wekelijkse cryptogram op en bakt taart. Haar boodschappen haalt ze altijd nog zelf bij Albert Heijn. Voor de beste cashew nootjes en verse vis stapt ze op de bus. Kwaliteit is belangrijk. De VARA gids ligt op het tv meubel. Daar is ze al sinds haar trouwen op geabonneerd. Wanneer ik op visite ben blader ik er altijd even in. Jan, haar man is al een paar jaar geleden overleden. Hij wordt zeer gemist, maar Oma Nel hoor je nooit klagen.

Zij is de oma van mijn man en ik mag haar graag. Al vanaf onze onze eerste ontmoeting is ze ook voor mij "Oma Nel". Daar is niks zoetsappigs of sentimenteels aan.
 Oma Nel is een van de meest nuchtere mensen die ik ken. Ze doet niet aan vals sentiment. Mij accepteert ze zondermeer want ik hoor immers bij haar geliefde kleinzoon. Vanaf het begin biedt ze mij een luisterend oor en het gevoel dat ik welkom ben. Ondanks mijn "vorige leven", mijn extravagante kleding en mijn onhandelbare vierjarige peuter.
Maar bij Oma Nel is er geen  "ondanks". Het woordje dat ik, hoewel onuitgesproken, altijd blijf proeven bij mijn stugge schoonmoeder.
Een paar jaar gaan we om de twee weken bij haar op visite. Oma Nel viert in de Bestevaerstraat haar zeven en negentigste verjaardag. Dan gaat het mis.
Ze valt een paar keer kort achtereen en na de laatste val is ze te fragiel om zelfstandig te blijven wonen.
Haar ogen en haar oren gaan steeds meer achteruit en in het bejaardenhuis wordt het abonnement op de VARA gids en Het Parool na zeventig jaar opgezegd.
Een tijdje is ze lusteloos en slaapt ze veel. Ik schrik als ik haar  laat op de middag in pyjama en met ongekamde haren zie.
Zij die altijd zoveel waarde hecht aan een verzorgd uiterlijk.
Oma Nel wordt steeds magerder.
Ze is zo mager dat we op moeten passen dat ze niet door het raam wegwaait. Ze moet lachen wanneer ik dat tegen haar zeg. Ook lezen en tv kijken gaat steeds moeilijker. Haar schoonzoon brengt een luisterboek voor haar mee.
Ondanks haar broze lichaam lijkt haar hart en vooral haar verstand het allemaal nog goed te doen.
Wanneer haar honderdste verjaardag nadert lijkt ze onrustig te worden.
"Wat een malligheid allemaal" herhaalt ze telkens.
"Niemand vraagt er toch om zo oud te worden".
Inmiddels is ze de enige die nog over is van haar generatie. Iedereen is dood. Haar man, broers, vriendinnen. Alleen zij is er nog steeds.
Haar verjaardag wordt met champagne en verse zalm op toast gevierd. Twee jonge buurvrouwen van een jaar of zeventig uit "De Bestevaer" zijn ook op bezoek. De burgemeester wil ze er onder geen voorwaarde bij hebben.
"Wat een flauwekul".
Op een ochtend zie ik haar voor het eerst snikken.
Ze heeft een ongelukje gehad en ziet te slecht om zichzelf te kunnen verschonen. Verslagen zit ze op de bank.
"Voor mij hoeft het niet meer" zegt ze verdrietig.
Wanneer Oma Nel 's avonds gaat slapen is ze doodop.
"Weet je," zegt ze tegen mij in vertrouwen: "Ik kijk niet uit naar de dood, maar ik zou het niet erg vinden om niet meer wakker te worden morgenochtend".
Ik knik en pak haar vast om haar te knuffelen.
Haar schouders zijn zo teer dat ik bang ben dat ik haar pijn doe.
Ik zet de kopjes in de keuken en we zwaaien haar gedag.
"Bedankt hé jongens" zegt ze lachend.
"Ik vond het reuze gezellig dat jullie er waren".
Dan gaan we naar huis. We laten haar alleen achter in de flat die zich op vijf hoog bevindt.
Ik kijk nog even om.
Het uitzicht is hier eindeloos.







Saturday, 17 August 2019

De Pijl.

Mijn moeder stuurde mij als kind wel eens, zeer tegen mijn zin, naar De Pijl. De Pijl was onze buurt kruidenier waar mijn moeder haar vergeten boodschappen haalde. De winkel was volgens mijn moeder eigenlijk "veel te duur"en de uitbaatster was onsympathiek en werd bij ons thuis "Dat vervelende mens" genoemd. Maar de winkel was schuin aan de overkant, dus soms kwam ze van pas. 
In de buurt waar we woonden zaten nog een paar winkels. De meesten rondom het Staringplein dat wij "Het Pleintje"noemden.
Vroeger had elke buurt een eigen bakker (die vreemd genoeg altijd op een hoek leek te zitten), een groenteman en een kruidenier. Mijn ouders kenden de meeste winkeliers ook van naam, zo niet, dan hadden de winkels zelf een (bij)naam, zoals bijvoorbeeld kruidenierswinkel De Pijl (vanwege het uithangbord met een pijl).
Verderop, op de Overtoom kon je een grotere diversiteit van winkels vinden. Maar daar kwam men niet elke dag.  Daar waren de sigarenman, de kaasboer en de slijter. Verder zat er nog een bakker, twee schoenenwinkels en een zaak waar een graatmagere man met een nerveuze uitstraling damesondergoed en kousen verkocht.
Mijn moeder vond het brood van de bakker op de hoek niet lekker. Dat zorgde vaak voor een dilemma omdat ze de man in kwestie niet wilde kwetsen, maar ook geen vies brood wilde eten.
Daarom haalde ze het brood vaak ergens anders maar kocht ze er wel regelmatig Berlinerbollen en appelbeignets.
Op een middag ontdekte mijn moeder tijdens het koken dat ze geen uien en paneermeel meer in huis had. Ik kreeg een portemonneetje met kleingeld en een briefje in mijn handen gedrukt. Toen ik bijna de deur uit was riep ze mij nog na dat de appelmoes ook op was.Daar ging het waarschijnlijk mis.
Met lood in de schoenen toog ik naar De Pijl waar ik het briefje overhandigde. "Dat vervelende mens" vroeg "anders nog iets" , en ik mompelde: "appelmoes" .
Nadat ik een keuze had gemaakt uit de vele soorten en maten kwam het moment dat ik een bedrag moest overdragen.
Ik nam mijn portemonneetje en begon mijn centjes te tellen. Ondanks mijn slechte rekenvaardigheid ontdekte ik al snel dat ik twintig cent tekort kwam. Ik werd rood en kon niet meer praten.
Inmiddels had zich achter mij een rij gevormd van ongeduldige dames.
Ook het vervelende mens had hier geen tijd voor en griste uiteindelijk met een verbeten lip het portemonneetje uit mijn handen.
"Voor deze ene keer" kreeg ik mijn boodschappen mee, "maar zeg maar tegen je moeder dat wij hier niks op de pof doen".
Ik durfde nooit meer terug. Tot ik van mijn buurjongens hoorde dat je bij De Pijl sleutelhangers kon sparen.
Sleutelhangers! Trots toonde mijn buurjongen zijn schoenendoos vol met minipotjes pindakaas, grappige plastic beestjes en kleine flesjes wasverzachter en cola waar een sleutelring aan vast zat.
Toen ben ik nog een paar keer, verscholen achter mijn moeder meegegaan naar De Pijl om een sleutelhanger te scoren.

Een paar jaar later waren bijna alle kleine winkels opgeheven. Alleen de bakker en de fietsenmaker hebben het nog vrij lang vol gehouden.
Nu zit er alleen op de Overtoom een grote Albert Heijn. Op het pleintje zit een traiteur die veganistische maaltijden verkoopt.
Dat vervelende mens is naar Almere verhuisd en woont nu in een bejaardenflat.










Saturday, 22 June 2019

De wereld aan je voeten.

Wanneer hij de trap af komt kijk ik op, maar ik moet nogmaals kijken.
Hij is lang, knap en gespierd. Nonchalant gooit hij zijn lange haar in de nek.
"Morge!" Lacht hij mij toe.
Zijn blonde vriendinnetje volgt hem en glimlacht verlegen wanneer ik zeg dat de dag al bijna om is.
Is dit mijn zoon? De jongste van de drie? De Benjamin?
Het kleine tengere jongetje dat altijd bescherming bij mij zocht?
Voor ik het weet zijn ze alweer weg.Het leven wacht. Ze hebben haast. Ze moeten ontdekken, lachen, vrijen, vrienden maken.
Het leven opent haar armen als een kermisattractie.
"Komt dat zien. Komt kijken, ervaren, genieten en voelen".
Maar ook:"Komt struikelen, huilen en jezelf verwonden".
Welkom in de mooiste en gevaarlijkste attractie die je ooit zult beleven:
Jouw leven.
Nergens anders zul je zoveel liefde ervaren, pijn voelen, gemis ervaren. Boos, blij en verdrietig zijn.
In deze rollercoaster die jouw leven is.
Zoon, wat ben je ongelooflijk mooi, onbezorgd, dapper en avontuurlijk.
Wat vind ik het heerlijk om te zien hoe het leven op jou wacht. Hoe jij aan het begin staat. Hoe je popelt. Briest als een paard in het circus.Gromt als een leeuw in de arena.

En ook naar jou, mijn jongste dochter  blijf ik met verbazing en ongeloof kijken.
Mijn kleine blonde knuffelkind. Mijn aankleedpop, mijn zonnestraaltje.
Je bent onderweg naar zelfstandigheid. Struikelend als een jonge hinde in het bos. Maar met zoveel doorzettingsvermogen en kracht.
Je bent lang en rank. Maar ook groot en sterk. Een gedecideerde, wijze, jonge vrouw.
Je hebt je losgerukt van het gezin. Vrij moest je zijn en onder je moeders vleugels vandaan duiken.
Ook al viel dat soms niet mee.
Mijn prachtige fragiele vlinder.
Vond je het raar dat ik je niet durfde te laten gaan? Dat ik je het liefste in een doosje had willen doen zodat je vleugels niet beschadigd zouden raken?
Maar de bloemenzee buiten wachtte. De bloemen en het onkruid en de uitgestrektheid van het onbekende..


Mijn prachtige kinderen. De wereld ligt aan jullie voeten.
Ren, struikel, val, vlieg, huil. Ook al zou ik julie voor altijd bij me willen houden, koesteren en beschermen.
Ik had jullie wel altijd klein willen houden, veilig in moeders schoot. Maar de wereld wacht. Ongeduldig.

Liefs, mama.



Saturday, 25 May 2019

Omgekocht

Omdat zij de oudste was mocht zij meer dan ik. En soms was zij degene die op mij moest letten als mijn moeder even niet in de buurt was. Ze mocht meer, kon meer en was voor mijn gevoel al halverwege volwassenheid: Mijn grote zus Loes.
Zij mocht voorin de auto zitten, Zij mocht bovenin het stapelbed slapen en zij mocht langer op blijven.
Ik was daar allemaal nog "te klein" voor.
Mijn zus droeg strakke jeans, bloesjes van India katoen en lange oorbellen. Zij droeg een beha en gebruikte maandverband. Serieuze grote meisjes dingen.
Maandverband beschouwde ik als iets zeer mysterieus. Meerdere malen haalde ik het, zittend op de wc heimelijk uit de verpakking en onderzocht het.
Toen mijn zus nog ouder was ging zij ook tampons gebruiken. Dat vond ik nog interessanter. Keer op keer las ik de bijsluiter van het doosje OB, waar een tekening van het vrouwelijk lichaam op stond die ik niet kon thuisbrengen.
"Menstrueren"vond ik een raar genant woord en ik had liever niet dat mijn moeder daar met mijn zus over sprak wanneer ik in de buurt was. Maar het klonk gewichtig en ergens intrigeerde het mij.

Wanneer ik iets fout deed had mijn moeder de neiging om "snotneus"tegen mij te zeggen. Tegen mijn zus zei ze:  "rotgriet".
Daar was ik jaloers op. Het klonk heel stoer om een rotgriet te zijn.

Ik keek op tegen mijn zus met haar mooie lange haar en haar hippe kleding, maar ik was ook wel een beetje bang voor haar. Ondanks dat trok ik stiekem haar kleren of schoenen aan, en leende zonder het te vragen haar make up of sieraden.
Daardoor bracht ik mezelf soms lelijk in de problemen.
Een keer leende ik haar prachtige geborduurde cowboy laarzen. (Ik zat toen al in de brugklas). Ze waren me iets te groot en de hak was best hoog. Ik denk dat ik daardoor van de trap af gleed. De hak brak af en ik liep de hele dag voor gek.
Mijn zus was natuurlijk woedend!

Loes was bevriend met Birgit, het buurmeisje van de overkant.
Ik was bevriend met Edgar en Arne, de broertjes van Birgit. Edgar, Arne en ik bouwden hutten en fietsen in het park.
Birgit en Loes deden andere  dingen. Ook dingen die mijn vader en moeder en de buurvrouw, (die wij tante Dinie noemden), absoluut niet mochten weten, zoals naar feestjes gaan, blowen en met jongens zoenen.

Een keer had ik de keuze: Of  mijn moeder vertellen dat Birgit en Loes ongeoorloofd naar een feestje zouden gaan. Of me om laten kopen en mijn mond houden.

Wekenlang heeft mijn moeder zich nog lang afgevraagd hoe ik aan de nieuwste elpee van The Rolling Stones was gekomen.
Het mysterie bleef echter onopgelost.





Tuesday, 5 March 2019

Leef!

Leven.
Dat voelde ik toen jij nog in mijn buik zat. Teder gefladder. 's Avonds lag ik vaak alleen in bed. Stil was het om me heen.
Maar zodra ik mijn handen op mijn buik legde voelde ik me niet meer eenzaam. Ik voelde hoe dicht je bij me was en ik voelde jouw leven in mijn lijf.
De betekenis van "leven" veranderde toen je geboren werd. Ineens kon ik je voelen, ruiken en aanraken.
Ik was zo gelukkig met jou.
Je was mijn alles. Mijn eigen leven leek ineens zoveel minder belangrijk.Vooral toen je na de geboorte ziek bleek te zijn.
In het ziekenhuis zat ik uren naast je bedje en maakte me zorgen.
Maar gelukkig knapte je op.
Ik mocht je meenemen. Mijn kind mocht mee naar huis.
Nu zou het leven pas echt gaan beginnen.
Ik verlangde er zo naar.

Eenmaal thuis sliep je meestal bij mij in bed. dan pas voelde jij je veilig. Dicht tegen me aan. Dan was je niet bang. Als je in je eigen bedje lag legde ik 's nachts heel voorzichtig mijn hand tegen je aan om te controleren of je nog ademde.

Je was een mooie kleuter.
Ik kon er zo van genieten als je lachte. Als je plezier kon maken. Als je zorgeloos kon zijn.
Rennend, met blozende bolle wangen.  Je lange blonde haar waar de wind zo graag mee speelde. Je huid die de zon zo graag verwarmde. De vlinders, vissen en vogels die zo graag jouw aandacht trokken. Katten en honden die door jou geaaid wilden worden. Muziek die voor jou gespeeld werd.  Grapjes die voor jou bedacht waren. Het leven lag in een  grote uitnodigende zilveren schaal op jou te wachten. Het leven was er voor jou.
Om je te doen dansen, stralen, joelen, schreeuwen en groeien, om je te vertederen en je doen huiveren, je te laten huilen om getroost te worden.
Je zou prinses worden. Of archeologe. Of iets anders wat je nog niet wist.

Kind van mij. Voor jou draaide de aarde, kolkten de rivieren, scheen de zon, was de lucht helder en blauw en schitterden de sterren.

Wat ging er mis?
Dat de wind ging liggen, de zon verdween, de dieren zich niet meer lieten zien. Dat het stil werd. IJzig koud en donker. Dat je verdween. En niemand je meer kon vinden. Dat de regen niet meer stopte. Dat het nacht werd. Eindeloze nacht.


Leef. Dat smeek ik je. Dat is het enige dat ik van je verlang.
Gooi de dekens van je af. Open je ogen, adem in en uit.
Kijk om je heen. Wees niet bang.
Begin met leven want je hebt al zoveel moeten missen.
Je hebt genoeg geslapen. Word wakker! Strek je benen en loop.
En als je eenmaal de kracht hebt: Ren dan.
Ren tot je uitgeput bent.
Ren!
Voel dat je niet dood bent.
Voel dat je leeft.
LEEF.