Thursday, 22 October 2026

Dag mam

Sommige momenten roepen onverwachte emoties op. Korte ogenblikken, zoals het moment waarop ik de voordeur open en de eerste koude windvlaag voel.Die melancholische flitsen die soms onverwacht door me heen schieten, lijken bijna altijd verbonden te zijn met de seizoenen. En dan vooral met de herfst, het seizoen van breekbare vergankelijkheid. Van kou, regen, natte neuzen en kippenvel.

Vandaag stapte ik voor het eerst naar buiten en overwoog ik mijn handschoenen aan te trekken. Er was iets veranderd. De buitenlucht voelde fris aan. Het deed me denken aan mijn moeder, die altijd overal naartoe fietste en dan thuiskwam met de herfstwind nog in haar jas. Haar sprankelende aanwezigheid werd vergezeld door een frisse, onweerstaanbare windvlaag. Soms dwarrelden er zelfs nog wat krakende bruine blaadjes brutaal naar binnen. Ze ritselden door de warme lucht van de hal en vlinderden neer op de cocosmat.

In die hal zat een kraantje. En soms, wanneer mijn moeder naar binnen zwierde — boodschappentassen aan beide armen, herfstblaadjes in haar kielzog, de klapperende wind in haar jas — draaide ze per ongeluk het kraantje open.

Dan stond de gang blank.

Mijn moeder was een levendige persoonlijkheid. Niet op een nerveuze, kwieke manier, maar levenslustig, flamboyant en vanzelfsprekend aanwezig. Ze was prachtig in haar levendigheid.

Ik herinner me mijn moeder immer zingend, onderzoekend en betrokken.

Als kind was zij een pijler, een rots waar ik me krampachtig aan vastklampte. Altijd in haar nabijheid, in haar aura. Ik bestond in de schaduw van haar wezen, nog niet losgekoppeld, nog niet klaar om zelfstandig te zijn. Mijn moeder was mijn alles.

Toen ik ouder werd en me vanzelfsprekend los moest maken, ging dat gepaard met een vreemde strijd. Ik was vaak boos op haar. Soms kon ik haar sterke persoonlijkheid en haar aanwezigheid niet verdragen. Ik moest loskomen, en daardoor kon ik haar luide gezang, haar flamboyante verschijning en haar directheid soms niet meer verdragen.

Die uitgesprokenheid, dat excentrieke, dat tomeloze van haar. Het zat te dicht op me. Ik was jong, ik moest mezelf eerst worden, voor ik naast haar kon bestaan.

Toen ik moeder werd, ontstond er een bijzondere harmonie waarbij ik haar liefde weer kon voelen en haar weer hard nodig had. Haar onmiddellijke paraatheid. Haar vastberadenheid. Haar wijsheid.

En nu merk ik dat ik me soms voel zoals mijn moeder zich gevoeld moet hebben. Te veel. Te aanwezig. Te uitgesproken. Te haastig in mijn verlangen om er te zijn, het juiste te doen — en vervolgens afgerekend worden op precies die intentie.

Mijn moeder is er niet meer. Maar haar herinnering is overal. Ze overvalt me, als de wind die onverwacht de deur wijd open laat slaan. En die de herfstblaadjes naar binnen laat vlinderen.

Kippenvel en een natte neus. Dag mam!


No comments:

Post a Comment